Het is onduidelijk in welke mate het gebruik van technologie voor gezichtsherkenning bij de politie tot aanhoudingen of uiteindelijk veroordelingen leidt, zegt John Riemen van het Centrum voor Biometrie vrijdag.

Het biometrische centrum van de politie krijgt af en toe wel terugkoppeling bij succesgevallen, maar heeft daar geen structureel zicht op. "Het zou interessant zijn om daar eens een onderzoeker op te zetten", aldus Riemen.

De gezichtsherkenningstechnologie heeft de politie in 2019 geholpen bij de opsporing van 98 personen, maakt Riemen verder bekend. Het gaat om mensen die verdacht worden van een strafbaar feit of op een andere manier betrokken waren bij een politieonderzoek.

De politie maakt sinds december 2016 gebruik van het systeem CATCH om personen te identificeren. De software vergelijkt beelden, bijvoorbeeld afkomstig van bewakingscamera's of sociale media, met een database met 2,2 miljoen foto's van in totaal 1,3 miljoen personen.

In het eerste jaar dat de software werd gebruikt, werden 93 personen geïdentificeerd. In 2018 ging het om 82 mensen. Het Centrum voor Biometrie haalt gemiddeld bijna duizend foto's per jaar door het systeem.

Biometrisch experts controleren match van opsporingsambtenaar

Als de politie een afbeelding door CATCH haalt, dan rolt daar een lijst uit van personen die mogelijk op het aangeleverde beeldmateriaal staan. Vervolgens buigt een een opsporingsambtenaar zich over deze suggesties. Hij vergelijkt de lijst van personen met de aangeleverde afbeelding.

Als er sprake is van een match, controleren twee biometrisch experts dit vervolgens. Die conclusie bepaalt uiteindelijk of een match meegenomen wordt in een vervolgonderzoek.

De politie kan CATCH voor eigen onderzoeken gebruiken om erachter te komen of iemand al in de database staat, maar kan ook verzoeken van buitenlandse opsporingsinstanties krijgen. In dat geval kan de identiteit van iemand die in het verleden in Nederland in aanraking is gekomen met de politie met behulp van CATCH achterhaald worden.