Het Agentschap Telecom en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) concluderen na eerste berekeningen en metingen van 5G-systemen dat de straling van losse antennes en telefoons vooralsnog lager ligt dan de aanbevolen limiet van de Europese Unie. De resultaten zijn dinsdag gepubliceerd.

Ook de komende jaren, als 5G breder wordt uitgerold, blijft de straling naar verwachting binnen de normen.

5G is de opvolger van de bestaande 2G-, 3G-, en 4G-netwerken. Het netwerk moet leiden tot sneller internet, maar ook tot minder vertraging en meer capaciteit. Dat is nodig omdat steeds meer apparaten met internet verbonden worden.

Het onderzoek is verricht op basis van testopstellingen via de 26 GHz- en de 3,5 GHz-frequentiebanden. Volgens het Agentschap Telecom is het belangrijk om de ontwikkelingen te blijven volgen "om duidelijk te krijgen wat de veldsterkte is als 5G-systemen in gebruik zijn genomen".

Providers bieden op dit moment nog geen landelijk dekkend 5G-netwerk aan, maar vanaf dit jaar moeten die netwerken langzaamaan uitgerold worden.

Hoeveelheid straling nog niet duidelijk

Het is nog onzeker hoe sterk de straling van het landelijke 5G-netwerk is. Zo kan de sterkte per moment en per persoon verschillen, omdat het signaal met behulp van slimme antennes wordt verzonden als het nodig is. Bij drukte kan er dan bijvoorbeeld meer 5G-straling worden uitgezonden.

Het Agentschap Telecom stipt in het rapport de gezondheidrisico's aan. Voorlopig is er geen bewijs dat de straling schadelijk is, schrijft het agentschap. "Of inzichten over gezondheidseffecten veranderen, zal nog moeten blijken."