Uit onvrede over het officiële Sinterklaasjournaal van omroep NTR - waar dit jaar voor het eerst alleen roetveegpieten te zien zijn - kwamen voorstanders van een traditionele Zwarte Piet op YouTube met hun eigen serie. In De Staff van Sinterklaas zijn alleen volledig zwarte pieten te zien. Tegenstanders van Zwarte Piet riepen op om de serie op grond van racisme te rapporteren in een poging het kanaal offline te halen. Hoe het videoplatform daarmee omgaat, is onduidelijk.

Oproepen om elkaars kanalen offline te halen beperken zich niet tot één kant van de zwartepietendiscussie. In november werd een Instagram-pagina van Kick Out Zwarte Piet (KOZP) om onduidelijke reden tijdelijk geschorst. De actiegroep vermoedt dat tegenstanders het Instagram-profiel hebben gerapporteerd om hen dwars te zitten.

Dit soort activisme valt onder een fenomeen dat digitaal vigilantisme wordt genoemd. In de vorm van een soort online burgerwacht proberen mensen op allerlei manieren onrecht te bestrijden. Eén tactiek is dat een bestaand mechanisme - zoals een knop of formulier om misbruik aan te kaarten - op een activistische grondslag wordt gebruikt.

"Legitieme middelen om misbruik aan te kaarten worden daarbij als wapen gebruikt om anderen schade aan te brengen", zegt Daniel Trottier. Hij is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en deed onderzoek naar dit fenomeen. "In de zwartepietendiscussie lijkt het erop dat beide kanten in het debat beweren Nederlandse waarden te vertegenwoordigen. Maar deze acties om profielen offline proberen te halen, ondermijnen uiteindelijk de vrijheid om überhaupt een debat te voeren."

“Het is niet altijd even makkelijk om te bepalen waar de grens ligt, maar als content voornamelijk is gericht op het kwetsen van mensen, gaat dit te ver.”
YouTube-richtlijnen

Instagram en YouTube krijgen verantwoordelijkheid opgelegd

Voor de bedrijven Facebook en Google, eigenaar van respectievelijk Instagram en YouTube, is het taak om - ook onder druk van Europese politici - de balans te vinden tussen de vrijheid van meningsuiting en overtredingen daarvan. De bedrijven moeten daarvoor de wetgeving volgen, maar hebben ook hun eigen beleid op grond waarvan zij gebruikers kunnen straffen.

In het YouTube-beleid staat onder meer dat het verboden is om uitspraken, tekst of beelden te gebruiken "waarin stereotypen worden gebruikt die haat oproepen of bevorderen" op onder meer het kenmerk ras. "Het is niet altijd even makkelijk om te bepalen waar de grens ligt, maar als content voornamelijk is gericht op het kwetsen van mensen, gaat dit te ver", aldus het videoplatform.

Dat sociale media zoals YouTube en Facebook terughoudend zijn om content te verwijderen, is begrijpelijk, zegt ook Wouter Hins, emeritus hoogleraar Mediarecht aan de Universiteit Leiden. "Mijn uitgangspunt is dat een wetgever de aangewezen instantie is om een juridisch evenwicht te vinden tussen botsende grondrechten", laat hij weten. "Vervolgens stelt een rechter bij conflicten vast hoe de wet moet worden uitgelegd. Het is onwenselijk dat deze taak wordt overgenomen door bestuurders of medewerkers van grote informatieplatforms."

“Als zelfs internationale rechters daar geen duidelijke definitie van hebben, kun je je voorstellen hoe moeilijk het is voor dit soort techbedrijven.”
Tarlach McGonagle, hoogleraar Mediarecht en de Informatiesamenleving

"Het moeilijke is dat sommige dingen zoals haatzaaien of erg negatieve stereotypen niet eenduidig gedefinieerd zijn in het internationale of Europese recht", zegt Tarlach McGonagle, hoogleraar Mediarecht en Informatiesamenleving aan de Universiteit Leiden en een van de coördinatoren van de werkgroep Mensenrechten in het Digitale Tijdperk van het NNHRR, een collectief van mensenrechtenonderzoekers aan Nederlandse universiteiten.

"Als zelfs internationale rechters daar geen duidelijke definitie van hebben, kun je je voorstellen hoe moeilijk het is voor dit soort techbedrijven, die niet dezelfde juridische expertise hebben. Het gevaar daarvan is dat zij te veel content offline halen, uit angst dat zij juridisch aansprakelijk gesteld worden. Aan de andere kant is er ook het risico dat ze te terughoudend zijn."

Facebook en YouTube niet transparant over hun keuzes

Om antwoord te krijgen op de vraag hoe YouTube omgaat met de oproep om De Staff van Sinterklaas op grond van racisme te verwijderen, neemt NU.nl contact op met Google door de relevante punten over stereotypering uit het YouTube-beleid voor te leggen. Ook vragen we hoe dit beleid zich verhoudt tot een rapport van een comité van de Verenigde Naties (VN) uit 2015. Daarin staat dat Zwarte Piet "soms geportretteerd wordt op een manier die een negatief stereotype van mensen van Afrikaanse afkomst weergeeft".

Een duidelijk antwoord blijft uit: YouTube wil niet op specifieke gevallen of voorbeelden ingaan. Op algemene vragen over het YouTube-beleid omtrent dit gebied, kaatst woordvoerder Rachid Finge simpelweg de bal terug: "Ik wijs je graag op YouTube's communityrichtlijnen waar video's aan moeten voldoen en specifiek op het belang van context."

"Het beleid van YouTube (om actie te ondernemen, red.) lijkt méér te vereisen dan slechts het vertonen van iemand die is verkleed als zwarte piet", zegt Simone van der Hof, hoogleraar Recht en de Informatiemaatschappij aan de Universiteit Leiden. "Dat op zich is ook niet strafbaar: er moet iets worden gezegd of getoond dat er nadrukkelijk op is gericht om iemand te kwetsen op basis van een stereotiep beeld, bijvoorbeeld door te zeggen of te doen voorkomen dat Zwarte Piet inferieur is aan witte mensen."

“De platformen hebben daadwerkelijk een rol als poortwachter in de online omgeving. Ze verschuilen zich nu nog achter een rookgordijn.”
Tarlach McGonagle, hoogleraar Mediarecht en de Informatiesamenleving

Ook Facebook geeft, ondanks herhaaldelijke vragen van NU.nl, geen details over de situatie rondom het ten onrechte geschorste Instagram-account van KOZP. Woordvoerder Linda van Aalten houdt het bij "een fout". Het blijft daardoor zelfs onduidelijk om wat voor fout het precies gaat.

Mogelijk heeft een moderator in die situatie een achteraf verkeerde inschatting gemaakt, vermoedt Michael Klos van de Universiteit Leiden, die onderzoek doet naar de rol van techbedrijven omtrent de vrijheid van meningsuiting. "Het blijft speculeren wat er precies is gebeurd nu Facebook zo weinig informatie geeft. Het kan bijvoorbeeld zijn voorgevallen dat een moderator de Nederlandse taal niet sprak, de zwartepietendiscussie niet kende of de Instagram-pagina verkeerd interpreteerde."

Volgens Klos zou het goed zijn als Facebook, Google en andere bedrijven transparanter zijn over de keuzes die zij maken als zij dingen wel of niet verwijderen. Ook McGonagle denkt dat dat belangrijk is. "Er is nog een lange weg te gaan", zegt hij. "De platformen hebben daadwerkelijk een rol als poortwachter in de online omgeving. Ze verschuilen zich nu nog achter een rookgordijn van hun eigen voorwaarden."