De Verenigde Staten leggen sancties op aan zes mensen die worden geassocieerd met de Internet Research Agency, ook wel de Russische 'trollenfabriek' genoemd, en de geldschieter achter het bedrijf uit Sint-Petersburg, Yevgeniy Prigozhin, voor een poging tot het beïnvloeden van de Amerikaanse congresverkiezingen in november 2018.

Volgens de VS heeft de Internet Research Agency tijdens de congresverkiezingen op sociale media nepprofielen aangemaakt om desinformatie te verspreiden, met als doel om de verkiezingen te verstoren.

In februari 2018 klaagde de VS de Internet Research Agency en dertien Russen, waaronder Prigozhin, al aan voor beïnvloeding van de presidentsverkiezingen in 2016. Speciaal aanklager Robert Mueller beschreef de activiteiten in maart ook in zijn onderzoek naar Russische inmenging.

De sancties hebben onder meer betrekking op Prigozhin, drie van zijn bedrijven, een plezierjacht en drie privévliegtuigen. De rijke zakenman zou de geldschieter achter de Internet Research Agency zijn en nauwe banden onderhouden met de Russische president Vladimir Poetin.

Als gevolg van de Amerikaanse sancties mogen Amerikanen geen zakendoen met de genoemde personen, bedrijven en hun eigendommen. De VS houdt zich ook het recht voor om burgers van andere landen sancties op te leggen als zij zakendoen met de gesanctioneerde personen of bedrijven.

"Laat dit een waarschuwing zijn", schrijft Mike Pompeo, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, in een verklaring. "Iedereen die te maken blijft hebben met deze personen, bedrijven of voertuigen, kan onderworpen worden aan toekomstige sancties."

Het is de eerste keer dat de VS sancties uitvaardigt voor beïnvloeding van verkiezingen. President Trump ondertekende in september 2018 een decreet dat dit mogelijk maakte.

Er is geen bewijs dat de Russische inmenging ervoor heeft gezorgd dat mensen niet konden stemmen of het telproces of de uitkomst van de verkiezingen heeft beïnvloed.