In steeds meer landen worden actief campagnes gevoerd om desinformatie te verspreiden. Via sociale media wordt door overheden en politici geprobeerd de publieke opinie te manipuleren, blijkt uit een onderzoek van de University of Oxford.

Drie jaar lang werden berichten op sociale media onderzocht waarmee actief geprobeerd werd de publieke opinie te beïnvloeden door desinformatie te verspreiden. Daarbij constateerden de onderzoekers een snelle toename. In 2017 waren er 28 landen waarin sociale media hiervoor werden ingezet; in 2019 zijn dat er zeventig.

Volgens de onderzoekers is er sprake van een gerichte campagne als een georganiseerde groep wordt opgericht om via sociale media de publieke opinie te manipuleren. Dat varieert van mensen die dit onder hun eigen naam doen tot organisaties die een leger van botaccounts inzetten dat automatisch berichten verspreidt en reacties plaatst. Ook in Nederland worden campagnes gevoerd om desinformatie te verspreiden.

De meeste misleidende berichtgeving wordt verspreid via Facebook. In Nederland is Twitter het meestgebruikte medium om desinformatiecampagnes te voeren. Er wordt niet vermeld welke politieke partijen of politici zich hiermee bezig houden.

Invloed in het buitenland via sociale media

Sommige landen proberen ook actief de publieke opinie in andere landen te manipuleren, waarbij China de grootste nieuwe speler is sinds begin 2019. De Chinese overheid probeert de demonstranten in Hongkong sinds dit jaar via sociale media als gewelddadige radicalen af te schilderen.

Ook de overheden in India, Iran, Pakistan, Rusland, Venezuela en Saoedi-Arabië proberen volgens het onderzoeksrapport de publieke opinie te beïnvloeden via sociale media.