De openbaar aanklager in München gaat het Duitse bedrijf FinFisher onderzoeken, bevestigt een woordvoerder aan Süddeutsche Zeitung. De onderneming zou zijn spionagesoftware zonder toestemming buiten de Europese Unie hebben geëxporteerd.

Spionagesoftware (spyware) mag de grenzen van de EU sinds 2015 alleen passeren met een vergunning van een lokale autoriteit. Volgens de Duitse openbaar aanklager zou de software Finspy van het Duitse spionagebedrijf tussen oktober 2016 en juli 2017 echter zonder toestemming zijn geëxporteerd.

Met de beruchte Finspy-software zou het mogelijk zijn om gesprekken, chatberichten, locatiegegevens, foto's en de microfoon van smartphones af te luisteren.

FinFisher zegt zijn software alleen te verkopen aan autoriteiten voor de bestrijding van criminaliteit en terrorisme. De spionagesoftware zou echter onder meer in Turkije zijn ingezet tegen activisten en de CHP (de Republikeinse Volkspartij, de grootste Turkse oppositiepartij).

In 2014 brak een hacker, die zichzelf Phineas Fisher noemt, in bij Gamma Group, het moederbedrijf van FinFisher, waarna het klantenbestand van het bedrijf online verscheen. Daaruit bleek dat ook de Nederlandse politie de spionagesoftware van het bedrijf heeft afgenomen.

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond dat de openbaar aanklager FinFisher heeft aangeklaagd. Dat is onjuist: het gaat om een onderzoek.