Nederland heeft in 2010 Israël en de Verenigde Staten geholpen met een aanval op het nucleaire programma van Iran, schrijft de Volkskrant maandag op basis van vier bronnen en een boek van journalist Huib Modderkolk, dat dinsdag verschijnt. Een AIVD-agent zou het atoomcomplex bij Natanz zijn binnengedrongen met het bekende en geavanceerde virus Stuxnet.

Het virus kon nucleaire centrifuges saboteren waardoor Iran grote problemen kreeg met het verrijken van uranium en ten minste één jaar vertraging opliep met haar nucleaire programma. Ingenieurs hadden aanvankelijk niets in de gaten, omdat het virus er ook voor zorgde dat zij "normale" data te zien kregen.

De Iraanse autoriteiten kregen al snel het vermoeden dat het virus afkomstig was van de Amerikaanse en Israëlische geheime diensten. Onduidelijk was echter hoe het computervirus het nucleaire complex was binnengekomen, aangezien het niet over internetverbindingen met de buitenwereld beschikte.

Modderkolk schrijft dat Israël en de VS uitkwamen bij de AIVD voor die taak omdat de Nederlandse organisatie makkelijker onder de radar in Iran kon werken. Daarnaast wist de AIVD veel over Iran en de gebruikte centrifuges, aldus de journalist.

Een monteur bracht het virus uiteindelijk met een USB-stick naar binnen. Onduidelijk is of die persoon ook verantwoordelijk is voor het implementeren van het virus in de besturingssystemen.