Microsofts en Amazons interesse in defensietechnologie is "zeer zorgwekkend", stelt vredesorganisatie PAX in een maandag gepubliceerd onderzoek. De organisatie onderzocht hoe bedrijven omgaan met technologie die voor militaire doeleinden gebruikt kan worden.

De organisatie bekeek 50 techbedrijven uit onder meer de Verenigde Staten, Europa en Azië en bestempelde het defensiewerk van 21 ondernemingen als "zeer zorgwekkend".

Microsoft en Amazon zijn in de race voor een contract om de clouddiensten van het Amerikaanse ministerie van Defensie te verzorgen. Daarnaast werkt Amazon onder meer aan de omstreden gezichtsherkenningssoftware Rekognition en levert Microsoft voor militairen aangepaste HoloLens-headsets aan het Pentagon.

Medewerkers van Microsoft hebben zich eerder in twee open brieven uitgesproken tegen werk voor het Pentagon, omdat zij vinden dat het bedrijf zich daarmee op glad ijs begeeft. Critici riepen hun werkgever onder meer op om ethische richtlijnen voor defensiecontracten op te stellen.

Ook Amazons gezichtsherkenningssoftware is omstreden onder een deel van het eigen personeel. Zij vrezen dat de software zal leiden tot een surveillancestaat en mogelijk misbruikt zal worden.

Technologie kan militair ingezet worden

Naast Microsoft en Amazon maakt PAX zich in mindere mate ook zorgen om het werk van andere techgiganten. Onder meer Apple, Facebook, Samsung, Alibaba, Baidu en Tencent werken aan technologie die militair ingezet kan worden, maar de bedrijven hebben zich niet expliciet uitgesproken om een dergelijke toepassing te voorkomen.

PAX oordeelt daarentegen dat Google het goede voorbeeld geeft als het gaat om militaire technologie. Het bedrijf heeft een jaar geleden verklaard dat zijn technologie niet ingezet mag worden voor wapens.

Dat gebeurde nadat Google intern en van buiten kritiek had gekregen op het leveren van software waarmee automatisch beelden van drones herkend kunnen worden. Hoewel de technologie niet gebruikt zou worden om drones te besturen of wapens af te vuren, waren critici bang dat de software daar uiteindelijk wel aan zou bijdragen.