Een groep van vijf lhbt-videomakers heeft YouTube aangeklaagd. Ze vinden dat de videodienst discriminerend handelt tegen hun content, schrijft The Wall Street Journal.

De aanklagers zeggen dat het beleid van YouTube ervoor zorgt dat lhbt-video's minder zichtbaar zijn voor gebruikers, waardoor de videomakers er minder aan verdienen. Algoritmes en menselijke werknemers van YouTube zouden volgens de groep filmpjes verwijderen waarin woorden zoals 'gay', 'lesbian' en 'bisexual' voorkomen.

In de aanklacht staat dat YouTube vrijwel een monopolie heeft op online video's. De groep schrijft dat moederbedrijf Google "zijn macht gebruikt om content te reguleren en beperkingen op te leggen". Hierbij zou het vooral gaan om lhbt-video's.

Enkele van de aanklagers schrijven dat hun maandelijkse inkomsten van 3.500 dollar (ruim 3.140 euro) daalden naar 500 dollar, toen YouTube enkele van hun video's restricties oplegde. Het videobedrijf heeft nog niet op de aanklacht gereageerd.

Vaker discriminatie op YouTube

YouTube kwam dit jaar vaker in het nieuws vanwege het toestaan en weren van bepaalde content. Het bedrijf zei in juni meer maatregelen te treffen tegen bijvoorbeeld discriminerende filmpjes.

De YouTuber Steven Crowder, die in zijn video's homofobe en discriminerende opmerkingen maakte, werd niet van de dienst verwijderd. YouTube-directeur Susan Wojcicki bood haar excuses aan "voor de pijn die dit binnen de lhbt-gemeenschap veroorzaakte", maar zegt dat de juiste keuze is gemaakt omdat het YouTube-beleid werd aangehouden.

Begin augustus werd het kanaal van de veertienjarige YouTube Soph wel verwijderd, nadat ze opriep tot geweld tegen lbht'ers. Soph plaatste video's met extreemrechtse inhoud, maar werd uiteindelijk verbannen vanwege het overtreden van de gedragsregels, waarbij ze drie waarschuwingen binnen negentig dagen kreeg.