De toezichthouders op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten van Nederland, België, Noorwegen, Denemarken en Zwitserland willen nauwer samenwerken.

Op die manier moet het toezicht aansluiten bij de samenwerking tussen de geheime diensten van de vijf landen, schrijven de vijf toezichthouders in woensdag gepubliceerde gezamenlijke verklaring.

Nu vindt het toezicht op nationaal niveau plaats, terwijl de geheime diensten ook buiten hun eigen landsgrenzen opereren. Daardoor kan de Nederlandse toezichthouder op de geheime diensten, de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (CTIVD), "slechts één kant van de gegevensuitwisseling beoordelen".

De CTIVD en vier andere toezichthouders willen dat zij minder strikt om hoeven te gaan met de geheimhouding van informatie. Informatie die tussen geheime diensten uit meerdere landen wordt gedeeld, zou ook door de betreffende toezichthouders ingezien moeten worden. Zo willen de toezichthouders voorkomen dat zij het werk van hun nationale geheime diensten niet goed kunnen beoordelen.

De CTIVD beoordeelt of de Nederlandse geheime diensten AIVD en MIVD zich aan de wet houden. De commissie kijkt onder meer of de geheime diensten de bevoegdheden uit de omstreden Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten (Wiv), ook wel 'aftapwet' genoemd, binnen de grenzen wat de wet heeft ingezet. Dat doet de commissie achteraf.