Facebook zou al een jaar voordat het adverteerders ervan op de hoogte bracht geweten hebben dat er problemen waren met het tonen van reclames in video's.

Een groep adverteerders klaagde Facebook in 2016 aan. Het sociale medium zou begin 2015 al op de hoogte zijn geweest van problemen met het meten van kijkcijfers, maar kwam daar pas ruim een jaar later mee naar buiten, blijkt volgens The Wall Street Journal uit nieuw ingediende documenten in de rechtszaak.

Door fouten werd de gemiddelde kijktijd bij video's op Facebook overdreven. Adverteerders waren daar niet blij mee, omdat ze voor hun reclames betalen op basis van kijkersaantallen. De kosten daarvoor kwamen dus een stuk hoger te liggen dan ze daadwerkelijk waren.

Volgens de aanklagers is ook de omvang van de problemen groter dan aanvankelijk werd gedacht. De ingediende documenten stellen dat "Facebook een mentaliteit heeft die roekeloos omgaat met de nauwkeurigheid van videostatistieken".

Facebook zegt fout niet te hebben verborgen

Crowd Siren, een van de aanklagers, stelt volgens persbureau Bloomberg dat Facebook de onjuiste cijfers nooit heeft aangepast. Het bedrijf probeerde volgens Crowd Siren juist de aandacht af te leiden via een pr-campagne.

"Als Facebook de berekeningen meteen had aangepast, zouden adverteerders een flinke daling in de statistieken zien", luidt de aanklacht. "Adverteerders zouden dan waarschijnlijk minder snel nieuwe videoreclames kopen."

In een verklaring zegt een woordvoerder van Facebook de fout niet te hebben verhuld voor adverteerders. "We hebben de fout bij onze klanten aangegeven nadat we die hadden ontdekt."

De bug werd veroorzaakt doordat Facebook alleen kijksessies van langer dan drie seconden in het gemiddelde meerekende. Kortere video's werden niet meegerekend, waardoor het gemiddelde hoger uitkwam.