De WannaCry-ransomware heeft Britse ziekenhuizen in 2017 meer dan 100 miljoen euro aan schade gekost. Dat schat het Ministerie van Volksgezondheid in het land.

Het ministerie publiceerde een rapport over de beveiliging van ziekenhuizen en zorginstellingen. Die zijn flink aangescherpt nadat WannaCry in 2017 voornamelijk daar toesloeg.

WannaCry sloeg voor het eerst toe bij ziekenhuizen in Groot-Brittannië. Veel daarvan waren slecht voorbereid op de cyberaanval en konden geen patiënten meer opnemen of operaties uitvoeren.

Voor zover bekend zijn er geen patiënten gestorven of in gevaar geweest door de aanval. Wel heeft het veel geld gekost om die veiligheid te garanderen: in totaal werd 19 miljoen pond (21 miljoen euro) uitgegeven aan directe bestrijding van het probleem.

Later is nog eens 72 miljoen pond uitgegeven om alle systemen te repareren en up-to-date te houden.

Veel verbeteringen en updates doorgevoerd.

Sinds de aanval is er veel verbeterd. Zo zijn veel computersystemen overgezet naar Windows 10, en zijn er veiligheidsupdates geïnstalleerd op andere systemen.

WannaCry is een vorm van gijzelmalware, maar experts vermoeden dat het doel niet was om geld van slachtoffers af te troggelen. Verschillende overheden en bedrijven schrijven de hack toe aan Noord-Korea, dat het virus zou hebben verspreid om voor chaos te zorgen.