De FBI in New York onderzoekt of taxi-app Uber software heeft gebruikt om concurrerende chauffeurs illegaal te volgen.

Dat schrijft The Wall Street Journal vrijdag op basis van ingewijden. Het onderzoek draait om een mogelijk programma van Uber met de naam 'Hell'. Hiermee zou Uber chauffeurs van concurrent Lyft hebben gevolgd. De vraag is of Uber illegaal inbrak bij systemen van Lyft en daarmee mogelijk de wet overtrad.

Een woordvoerder van Uber zegt dat het bedrijf meewerkt aan het onderzoek, maar geeft verder geen commentaar. Het taxibedrijf gaf nooit iets prijs over het programma, dat vorig jaar zou zijn gestopt.

Nep-accounts

Volgens ingewijden maakte Uber nep-accounts aan bij Lyft, waarmee ze de dienst ten onrechte lieten denken dat mensen een taxirit zochten. Zo kon Uber zien waar Lyft actief was en wat voor prijzen ze rekenen voor bepaalde ritten.

Daarnaast kon Uber bekijken of er bestuurders waren die voor zowel Uber als Lyft werkten. Het bedrijf zou deze mensen vervolgens proberen over te halen om alleen voor Uber te rijden.

In april kwam Hell voor het eerst in het nieuws, toen een anonieme ingewijde zich over het bestaan van het programma uitsprak. Uber zou gebruik hebben gemaakt van een lek in de software van Lyft.

Rechtszaak

Chauffeurs van Lyft spanden in april een zogeheten class-action-zaak aan tegen Uber, waar andere Lyft-chauffeurs zich bij aan konden sluiten. De aanklager claimde dat Uber zich schuldig maakte aan privacyschending.

Eind augustus diende Uber echter een motie in om de zaak te stoppen. De aanklager had volgens het bedrijf geen bewijs dat Uber informatie onderschepte. De taxidienst zei dat er geen privacyregels werden overtreden omdat de informatie openlijk beschikbaar was en dat Lyft-drivers akkoord gingen met voorwaarden om locatiedata te delen. De rechter ging daarin mee.