Google heeft tot nu toe 31 procent van de verzoeken om webpagina's uit de zoekresultaten te verwijderen afgewezen. In 15 procent van de gevallen wordt om meer informatie gevraagd en iets meer dan de helft van de verzoeken wordt goedgekeurd.

Dat vertelt Jacob Kohnstamm, voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), aan NU.nl. Google Nederland bevestigt de aantallen die Kohnstamm noemt.

Kohnstamm was donderdag in Brussel bij een bijeenkomst tussen Europese privacytoezichthouders en de zoekbedrijven Google, Microsoft en Yahoo.

Google vertelde daar dat er inmiddels 91.000 verwijderingsverzoeken zijn geweest, die in totaal 328.000 URL's treffen. Nederlandse verzoeken troffen 21.000 URL's.

In mei besloot het Europees Hof van Justitie dat Google en andere zoekmachines links naar privacyschendende zoekresultaten moeten verwijderen. Europese burgers kunnen de verwijdering van resultaten aanvragen, als deze niet meer relevant zijn en zorgen voor negatieve effecten, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt.

Consistent

Volgens Kohnstamm was de bijeenkomst vooral een gelegenheid waarop zoekmachines hun huidige beleid uiteenzetten. "Zij willen er heel graag voor zorgen dat de zoekmachines consistent met elkaar reageren."

Er werd niet gesproken over de vraag of het 'vergeetrecht' überhaupt wel een goed idee is, zegt Kohnstamm. "Geldend recht moet uitgevoerd worden. Punt."

De Europese toezichthouders willen in september een gezamenlijk beleid opstellen voor het beoordelen van verwijderingsverzoeken. Als zoekmachines een verzoek afwijzen, kunnen burgers naar een privacywaakhond stappen om in beroep te gaan.

Ontevreden

Volgens eerdere berichten zetten meerdere Europese landen druk op Google om verschillende elementen van het verwijderingsbeleid aan te passen. Zo zouden toezichthouders er ontevreden mee zijn dat Google websitehouders op de hoogte stelt van verwijderingen, en dat verwijderde zoekresultaten nog wel te zien zijn op de internationale site Google.com.

Kohnstamm wil nog niet reageren op deze berichten. "Daar moeten we nog maar eens over nadenken", zegt hij, om in september tot een gezamenlijke conclusie te komen.

Ondertussen zullen toezichthouders zich ook buigen over andere vraagstukken. Zo moet worden bepaald wanneer iemand geldt als een 'publiek figuur', en dus geen recht heeft op verwijdering van potentieel gênante zoekresultaten. Verder zullen de waakhonden overleggen over hoe moet worden omgegaan met veroordeelde criminelen en het verwijderen van recente nieuwsartikelen.

Antwoorden op deze vragen zullen ook ontstaan uit beroepszaken die bij Europese toezichthouders komen te liggen. Behandelde zaken zijn er echter nog niet. In heel Europa is inmiddels "een zeer beperkt aantal zaken" terechtgekomen bij toezichthouders, zegt Kohnstamm.