De Nederlandse inlichtingendiensten AIVD en MIVD mogen gegevens blijven uitwisselen met de Amerikaanse NSA.

Dat heeft de rechtbank in Den Haag besloten na een rechtszaak die verschillende burgers en organisaties hadden aangespannen tegen de Staat.

In de uitspraak erkent de rechtbank dat er een mogelijkheid bestaat dat Nederlandse diensten bij de uitwisseling gegevens ontvangen die in strijd met Nederlandse regels zijn verzameld. Dat betekent echter nog niet dat daarmee ook internationale verdragen en regelgeving wordt overtreden.

De rechtbank stelt vast dat zowel 'metadata' als inhoud van communicaties wordt uitgewisseld met de NSA. Als gegevens worden ontvangen van buitenlandse inlichtingendiensten, weten de Nederlandse diensten doorgaans niet hoe deze zijn verzameld. 

"Daarom kan niet worden uitgesloten dat die gegevens door de buitenlandse diensten zijn vergaard in strijd met op Nederland rustende internationale verdragsverplichtingen, zoals die op grond van het Europees Verdrag van de Rechten voor de Mens (EVRM) om het privéleven van het individu te respecteren", aldus de rechtbank.

Aftappen

Nederlandse inlichtingendiensten mogen niet ongericht data aftappen uit internetkabels, terwijl Amerikaanse diensten dit wel mogen.

De eisers in de zaak willen dat gegevens aan strenge eisen moesten voldoen, voordat Nederlandse inlichtingendiensten ze mogen accepteren. De rechtbank stelt dat dat niet nodig is, omdat deze in grote hoeveelheden worden aangeleverd en de relevantie nog niet is beoordeeld.

De privacy van burgers komt volgens de rechtbank pas echt in het geding als de ontvangen gegevens daadwerkelijk door de Nederlandse inlichtingendiensten worden gebruikt.

Verzameling

"Wat het meest in het oog springt is dat de rechtbank een weg openlaat om op grote schaal gegevens van burgers te verzamelen via buitenlandse inlichtingendiensten", zegt Bart Nooitgedagt, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten en een van de eisers in de zaak.

Volgens hem gaat het "een brug te ver" dat de rechtbank het verzamelen van gegevens op grote schaal toestaat, en burgers pas rechtsbescherming biedt als deze in individuele gevallen worden gebruikt.

In de praktijk zal dit volgens Nooitgedagt betekenen dat inlichtingendiensten zich beroepen op hun geheimhoudingsplicht en dus nooit bekend zullen maken wanneer ze uit het buitenland ontvangen gegevens gebruiken.

Dat kan volgens de advocaat vergaande gevolgen hebben, ook op de journalisten die in de coalitie zijn vertegenwoordigd. "Door deze redenering kan het zijn dat bronnen niet meer met journalisten zullen communiceren. Hetzelfde geldt voor communicatie tussen advocaten en cliënten", meent hij.

Beroep

Het ministerie van Binnenlandse Zaken reageert verheugd: "Het vonnis bevestigt het standpunt dat de Staat niet onrechtmatig handelt door met de NSA samen te werken en conform de wet gegevens uit te wisselen. Dat is van groot belang voor de nationale veiligheid."

De rechtszaak, die door de eisers werd omgedoopt tot 'Burgers tegen Plasterk', werd aangespannen door een coalitie van onder meer de Nederlandse Vereniging van Journalisten, de Nederlandse Vereniging voor Strafrechtadvocaten en de stichting Privacy First. Ook journalist Brenno de Winter, die onder meer voor NU.nl schrijft, was betrokken bij de zaak.

De coalitie gaat in beroep tegen het vonnis. Daarmee komt de zaak bij het Gerechtshof te liggen.

Vijf vragen over de Nederlandse geheime diensten