Britse ministers moeten spionage door de inlichtingendienst GCHQ komen verantwoorden voor het Europese Hof voor de rechten van de mens.

Het Hof heeft een zaak die is aangespannen door voorstanders van privacy en mensenrechten versneld, meldt The Guardian vrijdag.

Begin mei moet de overheid uitleggen waarom de spionage geen schending is van artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat artikel garandeert het recht op privacy in het familie- en gezinsleven, woning en correspondentie.

Met name de spionageprogramma's Prism en Tempora zijn onderwerp van discussie. Die staan GCHQ en de Amerikaanse inlichtingendienst NSA toe om gegevens over miljoenen telefoontjes, e-mails en zoekopdrachten op te slaan en te doorzoeken.

De privacygroepen die de zaak hebben aangespannen noemen dat "een inherent buitenredige tussenkomst in het privéleven van duizenden, wellicht miljoenen mensen"