De zeekabel die een glasvezelverbinding mogelijk maakt in Caribisch Nederland is fors duurder uitgepakt dan eerder begroot. De Nederlandse overheid is er ruim 8,9 miljoen euro aan kwijt.

Dat laat minister Plasterk (Binnenlandse Zaken) weten in een brief (pdf) aan de Tweede Kamer.

In 2008 besloot Nederland een zeekabel te gaan aanleggen die de eilanden Sint Eustatius en Saba met de internationale kabels verbindt. Daardoor is er nu sneller internet mogelijk in Caribisch Nederland.

Destijds werd afgesproken dat Nederland de initiële aanlegkosten op zich zou nemen. Daarvoor werd in 2011 4,152 miljoen euro beschikbaar gesteld. In 2012 is, naar nu blijkt, nog 1,2 miljoen euro extra beschikbaar gesteld en in 2013 nog eens 1 miljoen euro.

De totale kosten liggen met 8,9 miljoen euro echter nog hoger omdat Nederland ook reserveonderdelen heeft betaald en de aanpassingen aan de infrastructuur op de eilanden zelf op zich heeft genomen. Dat kostte in 2012 nog eens 2,555 miljoen euro.

Belang

"Het belang van de glasvezelverbinding is veelzijdig", stelt Plasterk in de brief. Hij wijst daarbij op een verbetering van de sociale, economische en culturele ontwikkelingen van de eilanden. "De betere bereikbaarheid resulteert in een efficiëntere manier van werken, ook voor de rijkdsdienst aldaar. De rijksoverheid zal in de komende jaren kosten kunnen besparen."

Volgens de minister komt die kostenbesparing door het gebruik van de nieuwe zeekabel uit op ongeveer 1,8 miljoen euro per jaar.

Het grootste belang is volgens Plasterk dat de bevolking en instellingen als scholen en ziekenhuizen nu veel sneller internet krijgen. De gemiddelde internetaansluiting was voorheen tussen de 256 Kbps  en 512 Kbps. Nu ligt die snelheid op 1 Mbps. Dat moet uiteindelijk op 1,5 Mbps komen. In Nederland ligt de gemiddelde snelheid rond de 10 Mbps.

Hoe verhoudt de gemiddelde snelheid zich met de rest van de wereld?

Meer statistieken over het gebruik van internet in Nederland