Onderzoekers van de Stanford University zijn erin geslaagd een werkende computer te maken van koolstofnanobuisjes. 

De onderzoekers presenteren hun resultaten in Nature.

De extreem simpele computer gebruikt de nanobuisjes als vervanger van silicium waarvan computerchips bijvoorbeeld worden gemaakt. De computer kan daardoor krachtiger en energiezuiniger worden.

De transistors in een computer, die momenteel van silicium worden gemaakt, worden steeds kleiner. Wetenschappers stellen dat in 2020 de grens van silicium wordt bereikt. De transistors zouden dan vijf nanometer groot zijn. Nanobuisjes zijn typisch zo'n één nanometer in diameter en de lengte bedraagt enkele micrometers.

Kleinere transistors zorgen voor lagere productiekosten van computers en maken het mogelijk nog krachtigere en snellere computers te maken die minder energie verbruiken. Als de grens van het formaat bereikt is, zou dat dus een stilstand betekenen in die ontwikkeling.

Vooruitgang

Al langer wordt aangenomen dat de koolstofnanobuisjes kunnen zorgen voor veel kleinere, snellere en energiezuinigere computers. Het is echter moeilijk om met het materiaal te werken, maar de onderzoekers van Stanford hebben in de afgelopen achttien maanden naar eigen zeggen flinke vooruitgang geboekt.

Door de vooruitgang zijn ze erin geslaagd van 142 energiezuinige transistors een werkende computer te maken. Zoals gezegd gaat het om een simpel model dat momenteel twee programma's tegelijkertijd kan draaien. De capaciteit en mogelijkheden van dergelijke computers zal in de toekomst worden uitgebreid.

Wat zijn de eigenschappen en toepassingen van koolstofnanobuisjes?