De website van The New York Times is dinsdag voor sommige lezers onbereikbaar geweest. De oorzaak was waarschijnlijk een aanval van hackers, liet de woordvoerster van het medium per e-mail weten.

De problemen begonnen rond 21.00 uur (Nederlandse tijd). Het Syrian Electronic Army, dat de regering van president Assad ondersteunt, zat hoogstwaarschijnlijk achter de aanval. 

Enkele mensen melden op Twitter dat zij bij een website van de organisatie belanden als ze naar de website van The New York Times gaan.

Na enkele uren was de site van de New York Times weer bereikbaar. Volgens Reuters was MelbourneIT, de het Australische bedrijf waar de domeinnaam van de krant is geregistreerd, doelwit van de hack. Toen dat bedrijf op de hoogte werd gebracht, zijn de juiste instellingen teruggezet.

Door de hack bij het Australische bedrijf werde ook Twitter en de Huffington Post getroffen. Het is onduidelijk hoeveel mensen hier last van hebben gehad.

Hackers

Twee weken geleden waren enkele websites van het Amerikaanse nieuwsconcern The New York Times ook langere tijd offline.

Hoewel lang werd gevreesd dat hackers verantwoordelijk waren voor de storing, bleek het uiteindelijk te gaan om een probleem tijdens onderhoud aan de site.

Begin dit jaar werd The New York Times slachtoffer van Chinese hackers. Deze namen het concern 4 maanden lang onder vuur.

De krant was ten tijde van de aanvallen bezig met een onderzoek naar de familie van de Chinese premier Wen Jiabao, dat eind oktober werd gepubliceerd. Volgens het artikel zijn veel familieleden van Wen enorm rijk geworden tijdens zijn loopbaan als politicus.