Verschillende Amerikaanse techbedrijven hebben ontkend dat zij wisten dat de Amerikaanse overheid toegang heeft tot hun servers.

De Washington Post meldde vrijdag op basis van een geheim document dat de intelligentiedienst NSA het programma PRISM gebruikt om consumentendata te verzamelen van onder meer Facebook, Apple en Google.

De krant schreef in eerste instantie dat Amerikaanse techbedrijven zouden weten van de spionage, maar verwijderde een zin met die strekking later. De krant stelt nu dat de verwarring mogelijk ontstond door een onnauwkeurigheid van de NSA-medewerker die het geheime document schreef.

De bedrijven ontkennen zelf in ieder geval elke kennis van het PRISM-programma. "We verlenen geen enkele overheidsorganisatie directe toegang tot de Facebook-servers", stelt Facebook tegenover Forbes. Het bedrijf zegt alleen in te gaan op dataverzoeken als deze in lijn zijn met de relevante wetten.

Back door

Google ontkent dat er een 'back door' - een geheime manier om de data te benaderen - voor de overheid bestaat. "Google geeft heel veel om de veiligheid van de data van gebruikers", aldus de verklaring van het bedrijf.

Microsoft stelt eveneens dat er een gerechtelijk bevel nodig is om data van klanten in te zien. "Bovendien reageren wij alleen op verzoeken om specifieke accounts of identificatiemiddelen. Als de overheid een breder, vrijwillig veiligheidsprogramma heeft om klantgegevens te krijgen dan doen we daar niet aan mee."

Tegen CNBC zegt Apple: "We hebben nog nooit van PRISM gehoord. We geven de overheid geen directe toegang tot onze servers." Ook Yahoo en Dropbox hebben ontkend van het programma te weten.

Lees een overzicht van alle ontkenningen

Spionage

De Amerikanen bespioneren ook op grote schaal Nederlanders via internetgegevens om hun gedrag te analyseren. Dat zegt Janneke Slöetjes van Bits of Freedom, een organisatie die opkomt voor de digitale burgerrechten. "En de Nederlandse overheid doet daar niets tegen.''

"Ook de Nederlandse overheid is juist bezig de wetgeving aan te passen om inlichtingendiensten meer mogelijkheden en ruimte te geven om onze informatie op internet te kunnen inzien.'' Van de regering hoeven we volgens Slöetjes dan ook weinig actie tegen de Amerikanen te verwachten.

"Het is schokkend, het is een enorme inbreuk op onze privacy. De rechten van burgers worden gewoon opzij gezet'', stelt Slöetjes vast. "Wij kunnen allemaal bespioneerd, bekeken en geanalyseerd worden door de Amerikanen. Ze kunnen overal direct bij onze gegevens en doen dat ook. Door deze praktijken worden Amerikaanse burgers vrijwel niet beschermd, en burgers buiten de VS in het geheel niet.''

Absurd

De Europese Unie moet zich de regels niet langer laten voorschrijven door de VS. De mogelijkheden van PRISM moeten worden ingeperkt, zei D66-Europarlementariër Sophie in 't Veld vrijdag.

"Het is toch absurd dat Amerikaanse wetgeving over de Europese heen kan gaan.'' D66 hoopt dat nu de druk op de Europese Commissie wordt opgevoerd om met de VS in gesprek te gaan.

De voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) Jacob Kohnstamm wil dat Europa om opheldering vraagt na berichten over cyberspionage door de VS. Kohnstamm gaat Eurocommissaris Viviane Reding hierover een brief schrijven. Het is aan de Europese Commissie om actie te ondernemen, zegt het CBP.

Opheldering

De Nederlandse regering ziet geen reden om de Verenigde Staten om opheldering te vragen over hun spionage op internet naar onder meer Nederlanders. Dat zei verantwoordelijk minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) vrijdag.

Plasterk benadrukt dat wat de Amerikanen doen, breed digitale gegevens verzamelen, voor de Nederlandse inlichtingendiensten 'niet aan de orde is'.