Een groep aanhangers van de Amerikaanse president Donald Trump verzamelde zich recent op het sociale medium Parler. De groep maakte daar afspraken om het Capitool te bestormen en riep op tot geweld, totdat Apple, Google en Amazon daar een stokje voor staken en het platform op zwart ging. De grens lijkt bereikt voor techbedrijven, die steeds meer druk voelen om op te treden tegen mensen die de regels aan hun laars lappen, ook als het de president van de VS is.

Op de dag van de bestorming (afgelopen woensdag) zorgde een videoboodschap van Trump ervoor dat zijn accounts op onder meer Twitter, Facebook, Instagram en Snapchat werden geblokkeerd.

In het filmpje herhaalde Trump eerdere verklaringen dat de presidentsverkiezingen niet eerlijk zouden zijn verlopen. Ook plaatste hij berichten die als opruiend konden worden gezien. De accounts werden in eerste instantie tijdelijk buitenspel gezet, maar op Twitter is Trump inmiddels definitief niet meer welkom.

Jarenlang wilden socialemediaplatforms als Facebook en Twitter hun vingers niet branden aan het politieke debat. Facebook-directeur Mark Zuckerberg zei in 2019 dat Facebook was opgericht om mensen samen te brengen en een stem aan hen te geven. Bedrijven als Apple en Google traden nooit zo streng op tegen apps zoals Parler, omdat ze niet konden modereren wat op die platforms door gebruikers werd gedeeld. Door dit soort beleidsvoering kon desinformatie vrij probleemloos worden verspreid.

Regels waren er altijd al

De platforms waren echter niet vrij van regels; haatzaaien, pesten en oproepen tot geweld waren bijvoorbeeld al veel langer verboden.

Toch bleek voor wereldleiders een uitzonderingspositie te zijn. In 2017 tweette Trump over de Noord-Koreaanse minister van Buitenlandse zaken, die bij de Verenigde Naties sprak: "Als hij de gedachten van de kleine raketman vertegenwoordigt, zullen zij het niet lang overleven".

Hoewel de tweet als een bedreiging werd gezien, achtte Twitter de nieuwswaarde dusdanig groot dat het bericht online bleef. In 2019 maakte Facebook bekend uitspraken van politici niet te factchecken of te blokkeren, omdat de nieuwswaarde voorgaat.

In de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen besloten bedrijven eind vorig jaar toch in te grijpen. In mei werden twee tweets van Trump als mogelijk misleidend gelabeld. Het sociale netwerk noemde het toen zijn taak om "betrouwbare informatie te vinden en de verspreiding van mogelijk schadelijke en misleidende berichtgeving te stoppen".

Techbedrijven wachten tot de grenzen worden overschreden

De bestorming van het Capitool lijkt de druppel voor techbedrijven. Na een waarschuwing van Twitter werd Trump later alsnog van het netwerk verbannen. Op Facebook is Trump tot nader order (maar in elk geval twee weken) niet welkom en ook diensten als Snap, TikTok en Twitch deelden bans uit.

Het beleid van techbedrijven is dus steeds volgend geweest. Berichten van Trump kregen eerst een uitzonderingspositie, maar later bleek dat ook daar grenzen aanzaten. Ook kan gezegd worden dat techbedrijven pas durfden in te grijpen toen het einde van Trumps presidentstermijn in zicht kwam.

Voor techbedrijven is hun rol de afgelopen jaren hoe dan ook veranderd. Zij zijn nu de debatleider die ingrijpt als een discussie uit de hand loopt.