Is de informatie uit een omstreden artikel in de New York Post over Hunter Biden, de zoon van Joe Biden, op 14 oktober afkomstig van Russische hackers? Deze vraag brengt herinneringen aan 2016 naar boven, toen Rusland gehackt materiaal publiceerde om de verkiezingsstrijd te beïnvloeden. Hoe zag dat er ook alweer uit?

De New York Post baseert zijn artikel op gegevens van een laptop die aan Hunter Biden zou toebehoren. Het gaat om correspondentie over zijn rol in het Oekraïense gasbedrijf Burisma. Directe misstanden komen niet naar boven, maar het materiaal is mogelijk schadelijk voor Bidens campagne.

Is de publicatie tot stand gekomen met hulp van Russische hackers? Het heeft er alle schijn van, schrijven tientallen oud-gedienden van de Amerikaanse inlichtingenwereld in een brief (pdf) die is gepubliceerd door Politico. Ze wijzen er onder meer op dat Burisma is aangevallen, vermoedelijk door Russische hackers.

"We willen benadrukken dat we niet weten of de e-mails [...] echt zijn of niet", schrijven zij. "En dat we geen bewijs hebben van Russische betrokkenheid - maar dat onze ervaring ons zeer achterdochtig maakt dat de Russische overheid een grote rol heeft gespeeld in deze zaak."

Waar doelen de Amerikaanse inlichtingenmedewerkers op in hun waarschuwing? Dat kunnen we afleiden uit wat er bekend is geworden van Ruslands operatie tijdens de presidentsverkiezingen van 2016.

Donald Trumps advocaat Rudy Giuliani zou een kopie van een laptop die in een elektronicazaak in Bidens thuisstaat Delaware was achtergelaten aan de New York Post hebben gegeven. (Foto: Getty Images)

Hacken en lekken: gevoelige informatie 'witwassen'

Begin 2016 worden de Democratische Partij en de Hillary Clinton-campagne gehackt. De aanvallers dringen binnen op servers en in e-mailaccounts, waaronder die van campagnemanager John Podesta. Het blijkt het werk van de Russische militaire inlichtingendienst GRU.

De buit: duizenden gevoelige documenten met de potentie om de Clinton-campagne te ondermijnen. Op dat punt is haar strijd met Bernie Sanders om de Democratische nominatie nog in volle gang.

De GRU probeert de gestolen documenten naar buiten te brengen zonder dat duidelijk wordt dat Rusland achter de operatie zit. Daarvoor zet de inlichtingendienst een website op: DCLeaks.com. Ook verzint en creëert Moskou een hacker met de naam Guccifer 2.0.

De documenten worden in golven gepubliceerd op DCLeaks.com. Via een speciale Facebook-pagina, speciaal Twitter-account en Gmail-adres wordt aan journalisten informatie doorgespeeld, zoals wachtwoorden voor dan nog afgeschermde webpagina's.

Guccifer 2.0 wordt op eenzelfde manier ingezet. Het persona claimt publiekelijk verantwoordelijk te zijn voor de hack op de Democraten. Hij pretendeert Roemeens te zijn, net zoals de originele Guccifer.

De naam Guccifer 2.0 is een referentie naar de Roemeense hacker Guccifer. De verwijzing is een poging tot een dwaalspoor: een hacker die zich verwant aan de originele Guccifer, heeft doorgaans andere motieven dan een hacker die namens een staat opereert.

Rusland gebruikt WikiLeaks ook als witwasmachine

Daarnaast klopt de GRU aan bij WikiLeaks: een organisatie die zich beroemd en berucht heeft gemaakt door geheime documenten te publiceren.

In juni 2016 zoekt de GRU via het Twitter-account @dcleaks_ contact met @WikiLeaks om documenten aan te bieden. Een week later gebeurt het tegenovergestelde: WikiLeaks benadert Guccifer 2.0 om te vragen naar informatie over Clinton.

Een maand later publiceert WikiLeaks twintigduizend e-mails en andere documenten die zijn gestolen van de Democratische Partij. Begin oktober volgen e-mails van Clintons campagnemanager Podesta. Zo worden 50.000 documenten uit zijn account openbaar.

WikiLeaks-voorman Julian Assange bleef volhouden dat de e-mails niet afkomstig zijn van Russische hackers, zelfs nadat Amerikaanse inlichtingendiensten dit publiekelijk concludeerden. (Foto: ANP)

Onrust stoken en verdeeldheid zaaien via sociale media

Rusland gebruikt ook sociale media om de verkiezingen te beïnvloeden. Zogenoemde 'trollen' van het vanuit Sint-Petersburg opererende bedrijf Internet Research Agency (IRA) maakten nepprofielen aan en deden zich voor als echte Amerikaanse burgers of organisaties.

Het doel: "elke kans aangrijpen om Hillary [Clinton] en de rest te bekritiseren", blijkt uit een intern IRA-document dat in handen is gekomen van speciaal aanklager Robert Mueller, die de Russische bemoeienis onderzocht (pdf).

IRA greep onderwerpen zoals het migratiebeleid, geweld tegen zwarte Amerikanen en rechten van de lhbti-gemeenschap aan om volgers te krijgen, betogingen te organiseren en kiezers met Facebook-advertenties te beïnvloeden.

Bekend is het Twitter-account @TEN_GOP en @10_GOP, dat suggereerde verwant te zijn aan de Republikeinse partij (ook wel Grand Old Party genoemd) in de staat Tennessee. Twitter-berichten van de accounts werden geretweet of geciteerd door onder meer Trumps woordvoerder en campagnemanager.

Het is onduidelijk hoe groot de invloed van de Russische bemoeienis in 2016 precies was.