Het ministerie van Volksgezondheid onderzoekt of de complexiteit van de werkelijkheid te vangen is in een aantal regels code. Kan een app mensen waarschuwen als achteraf blijkt dat zij in de buurt van een coronapatiënt zijn geweest? Stuurt zo'n corona-app alleen een melding als er een reële kans is dat het virus is overgedragen? En dat terwijl mensen die geen risico lopen, niet onterecht ook een waarschuwing krijgen?

Het idee lijkt simpel: als een gebruiker van de corona-app besmet blijkt, kan hij gebruikers die de afgelopen twee weken in de buurt zijn geweest waarschuwen. Dat gebeurt met een logboek waarin anoniem is opgeslagen met welke andere smartphones signalen zijn uitgewisseld om elkaars nabijheid te registreren.

Dat gebeurt met bluetooth. De keuze hiervoor lag voor de hand: bluetooth zit immers al in de miljoenen smartphones die Nederlanders op zak dragen, bijvoorbeeld om verbinding te kunnen maken met een draadloze koptelefoon of fitnesstracker.

Het is echter de vraag of bluetooth een geschikte basis is om alleen waarschuwingen te versturen die daadwerkelijk nuttig zijn. Een stabiele verbinding leggen tussen een smartphone en draadloze speaker is nou eenmaal heel wat anders dan met dezelfde technologie vaststellen of iemand risico heeft gelopen op een besmetting met een gevaarlijke infectieziekte.

“Het maakt echt verschil of je de telefoon in je broekzak hebt of dat je hem in je hand houdt.”
Ken Kolderup, marketingvoorzitter Bluetooth SIG

De afstand tussen twee personen is volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Mileu (RIVM) een belangrijke indicator om het risico op een overgedragen besmetting in te schatten. Niet voor niets roept het kabinet mensen op om minimaal 1,5 meter afstand tot elkaar te houden. Vooralsnog gaat het RIVM ervan uit dat de kans op besmetting reëel is als iemand zich minimaal een kwartier binnen 1,5 meter van een coronapatiënt bevindt.

Bluetooth is echter helemaal niet in staat om zo exact de afstand tussen twee smartphones meten, zegt Ken Kolderup van de Bluetooth Special Interest Group (Bluetooth SIG), een organisatie die toeziet op de doorontwikkeling van de technologie.

"Bluetooth is breed beschikbaar, gebruikt weinig energie en je kan er wat trucjes mee doen, maar het is niet perfect", zegt ook Christian Bachmann. Hij werkt in Eindhoven bij imec, een van oorsprong Vlaams bedrijf dat onderzoek uitvoert om technologie commercieel in te kunnen zetten. "Het kan hooguit gebruikt worden als indicatie dat er misschien een risico op besmetting was."

Door het lichaam lijkt de afstand tussen smartphones groter

Om toch een inschatting te maken van de afstand - en dus het besmettingsrisico - vallen de ontwikkelaars van de corona-app terug op de signaalsterkte. Hoe sterk het ontvangen signaal is, kan iets zeggen over hoe ver of dichtbij de verzender is. Maar ook dat is verre van feilloos. Zo verliest het signaal onderweg aan kracht, bijvoorbeeld door obstakels.

"Je eigen lichaam heeft de grootste relevante invloed op de sterkte van het signaal", zegt Kolderup. "Het maakt echt verschil of je de telefoon in je broekzak hebt, het apparaat voor of achter je ligt, of dat je hem in je hand houdt."

"Het lichaam zorgt voor extra verzwakking van het signaal. Daardoor lijkt het alsof twee apparaten verder van elkaar verwijderd zijn dan daadwerkelijk het geval is", zegt hij. "Als ik op mijn telefoon ga zitten, is er een goede kans dat het apparaat mogelijk risicovol contact met een coronapatiënt niet registreert. Dat is nou eenmaal de aard van draadloze technologie."

“Je kunt niet verwachten dat een waarschuwing 100 procent accuraat is.”
Christian Bachmann, manager draadloze technologieën bij imec

Die 1,5 meter is bovendien niet in beton gegoten. Als een besmette persoon toevallig op het verkeerde moment in je gezicht hoest of niest en daarna snel doorloopt, registreert een app dat niet. Aan de andere kant: als twee personen 1,5 meter van elkaar verwijderd zijn, maar zich in andere ruimten bevinden, kan de app dat wél - onterecht - aanmerken als een mogelijk risico. En ook buiten de straal van 1,5 meter is het risico op besmetting niet opeens weg.

'Het duurt nog weken voordat we weten of een app werkt'

In Europa hebben onder meer Italië, Zwitserland en Letland een corona-app uitgebracht die vergelijkbaar is met wat Nederland wil doen. Ook Duitsland bracht op 16 juni zijn eigen app uit: Corona-Warn. De technische instellingen van de app zijn interessant voor Nederland, bijvoorbeeld voor inwoners van het grensgebied.

Om het risico op een overgedragen besmetting te berekenen, gebruikt Corona-Warn niet alleen de signaalsterkte en duur van het contact. De app berekent ook een extra risicoscore, gebaseerd op vier verschillende scenario's. In die scenario's staat beschreven of vastgesteld kan worden - en zo ja, sinds wanneer - iemand COVID-19-symptomen vertoont.

In de huidige Duitse app is deze risicoscore een combinatie de vier scenario's. Later wil het land de scenario's ook afzonderlijk kunnen gebruiken. In dat geval berekent de app bijvoorbeeld een andere risicoscore als een coronapatiënt geen symptomen vertoont dan een vergelijkbare patiënt die dat wel doet. Zo wordt verschillend bepaald of de contacten van de afgelopen twee weken wel of niet gewaarschuwd moeten worden.

Het toevoegen van dit soort gegevens is een van de manieren om de imperfectie van bluetooth te compenseren, zegt Bachmann van het Vlaamse imec. "Gegevens die slim zijn gecombineerd, bepalen hoe nuttig de waarschuwing aan blootstelling met een coronapatiënt is", zegt hij. "Maar er zullen zeker gevallen zijn waar het moeilijk is om het risico vast te stellen. Je kunt niet verwachten dat een waarschuwing 100 procent accuraat is."

"Het duurt echt nog wel een aantal weken voordat we goed weten of dit soort apps werkt", zegt Kolderup van de Bluetooth SIG. "Hoe vaak worden onterecht waarschuwingen verstuurd? Hoe vaak worden mensen overgeslagen die wel een waarschuwing hadden moeten krijgen? Dat zijn de vragen die in onderzoek naar dit soort apps nog beantwoord moeten worden."

Volg de laatste ontwikkelingen rond het virus in ons liveblog.