Acht organisaties sleepten de Nederlandse Staat voor de rechter omdat ze vonden dat het fraudeopsporingssysteem SyRI de grondrechten van burgers schendt. Woensdag gaf de rechter hen hierover op de belangrijkste punten gelijk. Wat is SyRI precies en waarom is het zo controversieel?

SyRI? Is dat niet de spraakassistent van Apple?

Nee, dat is Siri. Die van de overheid is een afkorting voor Systeem Risico Indicatie. Met SyRI kunnen gemeenten en instanties, zoals het UWV en de Belastingdienst, inwoners van hele wijken sorteren op het risico dat zij mogelijk fraude plegen met toeslagen, uitkeringen en belastingen.

Het systeem is sinds 2014 in gebruik. SyRI-algoritmes berekenen wie mogelijk fraudeert, op basis van bijvoorbeeld inkomen, werk, pensioenen en schulden. Tot nu toe is het systeem ingezet in Eindhoven, Haarlem, Capelle aan den IJssel en tweemaal in Rotterdam.

Hoe werkt SyRI?

Personen die volgens de algoritmes waarschijnlijk fraude plegen, worden op een risicolijst gezet. Vervolgens kan bijvoorbeeld de Belastingdienst of het UWV een onderzoek naar ze instellen. Mensen die op de lijst komen, kunnen daar tot twee jaar op blijven staan.

Hoe SyRI deze berekening precies maakt, is geheim. Volgens het ministerie van Sociale Zaken moet dat ook zo blijven, omdat dat burgers anders uitnodigt om de algoritmes te omzeilen.

Waarom is SyRI omstreden?

Een van de belangrijkste bezwaren is het sleepnetachtige karakter van het digitale opsporingssysteem en de bijbehorende procedures. Gegevens van alle wijkbewoners kunnen geanalyseerd worden, ook van onschuldige mensen.

Omdat de manier waarop SyRI werkt geheim is, is het lastig te controleren hoe of waarom mensen op de risicolijst komen. Critici wijzen er ook op dat het systeem daarbij niet goed werkt. Uit onderzoek van de Volkskrant in juni 2018, bleek dat het vooralsnog nog niet was gelukt om een fraudegeval met het systeem op te sporen.

Waar gaat de rechtszaak over?

Acht burgerrechten- en privacyorganisaties vinden dat SyRI te ver ging en klagen de Nederlandse Staat aan. De organisaties verzamelden zich in de coalitie Bij Voorbaat Verdacht. De groep bestaat uit onder meer uit het Nederlands Juristencomité voor de Mensenrechten (NJCM) en het Platform Bescherming Burgerrechten.

"SyRi is slechts de eerste stap richting de vervolmaking van de controlesamenleving", zei advocaat van de coalitie Anton Ekker tijdens de zitting in november vorig jaar.

Bij Voorbaat Verdacht kreeg bijval van de Verenigde Naties (VN). Philip Alston, de VN-rapporteur voor extreme armoede en mensenrechten, schreef in september een brief aan de rechtbank Den Haag. Hij wijst er onder meer op dat vooral sociaal-economisch zwakkere wijken het doelwit van SyRI zijn geweest.

Alston vergelijkt SyRI met het sturen van rechercheurs naar alle huizen in een bepaalde wijk, om daar massaal gegevens door te spitten op zoek naar fraude. Zo'n aanpak zou in de fysieke wereld op veel verzet van de inwoners stuiten. "Het maakt arme mensen met een migratieachtergrond tweederangsburgers", zei Alston.

Wat vinden de voorstanders?

Tijdens het proces in november wees de landsadvocaat Cécile Bitter op het maatschappelijke draagvlak voor het terugdringen van fraude. Die telde tussen 2013 en 2018 zo'n 744 miljoen euro bij het UWV, de Sociale Verzekeringsbank en gemeenten. SyRi is volgens haar een "transparant middel" om fraude met overheidsgeld aan te pakken.

Ze benadrukte het feit dat mensen niet automatisch door het systeem veroordeeld worden. Een melding kan slechts aanleiding zijn om een onderzoek te starten. Ook stelt ze dat het systeem alleen data gebruikt die noodzakelijk is voor het opsporen van fraude. Met deze gegevens gaat de overheid volgens haar zorgvuldig om.

VN-rapporteur Alston omschrijft de zaak als uniek en stelt in zijn brief aan de rechtbank dat de zaak internationaal juridische gevolgen kan hebben voor de manier waarop kwetsbare burgers beschermd kunnen worden tegen de schadelijke gevolgen van dit soort nieuwe technologieën.

In februari gaf de rechter de coalitie op de belangrijkste punten gelijk.