Rusland en Turkije hebben zich schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden in Syrië, meldt een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties deze week. De Russische luchtmacht zou ten zuiden van Idlib burgerdoelen hebben gebombardeerd. Het Turkse leger zou mogelijk schuldig zijn aan plunderingen.

De VN baseert deze conclusie op onder meer getuigenverklaringen, videobeelden, en onderschepte communicatie.

Hieruit zou blijken dat Russische vliegtuigen betrokken waren bij minstens twee incidenten die niet op "specifiek militair doel" waren gericht. Hiermee zou Moskou zich schuldig hebben gemaakt aan "de oorlogsmisdaad van het uitvoeren van redeloze aanvallen op burgergebieden".

Bij de twee beschreven incidenten werden een marktplein en een terrein voor vluchtelingen getroffen. Op het marktplein kwamen tientallen mensen om het leven, waaronder ook kinderen. Daarna werd het plein nog een tweede keer gebombardeerd, toen er inmiddels reddingswerkers aanwezig waren.

Bij de aanval op het terrein voor vluchtelingen kwamen twintig mensen, waaronder wederom ook kinderen, om het leven.

De plunderingen zouden zijn gepleegd tijdens de Turkse operatie in het noordoosten van Syrië. Leden van het Vrije Syrische Leger zouden onder direct bevel van Turkse officieren hebben gestaan. Als dit zo is, draagt Turkije verantwoordelijk voor de incidenten.

Miljoenen Syriërs op de vlucht geslagen door negen jaar geweld

Door de vele gevechten in Syrië in de afgelopen negen jaar zijn miljoenen mensen op de vlucht geslagen. Turkije besloot onlangs voor de al ruim 3,6 miljoen vluchtelingen uit Syrië de landsgrenzen richting Europa te openen.

Duizenden zouden zijn gestopt nabij de Griekse en Bulgaarse grens en zitten vast in niemandsland: Turkije wil de vluchtelingen immers niet terugnemen.

De Verenigde Naties hebben hun zorgen geuit over de status van de vluchtelingen.