De Turkse president Recep Tayyip Erdogan zegt dat er een aanval op de Syrische regeringstroepen komt als er opnieuw een Turkse militair in het buurland gewond raakt. In de afgelopen tien dagen zijn dertien Turkse militairen omgekomen bij Syrische aanvallen.

De troepen van de Syrische president Bashar Al Assad, gesteund door Rusland, rukken op in Idlib. Dit is het laatste gebied dat na bijna negen jaar oorlog nog in handen is van rebellengroeperingen, waarvan een aantal wordt gesteund door Turkije.

Erdogan heeft sinds vorige week zo'n vijfduizend militairen naar Idlib gestuurd. Turkije heeft in deze regio twaalf observatieposten om de toestand te de-escaleren, in overeenstemming met afspraken met Rusland en Iran uit 2017.

De Turkse president zegt woensdag dat hij de Syrische troepen die de observatieposten hebben gepasseerd, uiterlijk deze maand wil terugdringen. Ook waarschuwt hij voor de gevolgen als er een Turkse militair gewond raakt. "We zullen de regeringstroepen raken", zegt hij. "We zullen dit zonder twijfel op alle mogelijke manieren doen."

Honderdduizenden Syriërs ontheemd geraakt

Door het oplaaiende geweld in Idlib zijn volgens de Verenigde Naties in de afgelopen tien weken bijna 700.000 Syriërs ontheemd geraakt. De meesten vluchten richting de grens met Turkije, maar die is dicht omdat het land al 3,6 miljoen Syrische vluchtelingen huisvest en niet nog meer mensen wil opvangen.

Turkije probeert mede vanwege de vluchtelingenstromen een staakt-het-vuren in Idlib te verwezenlijken. Een eerder gesloten wapenstilstand met Rusland in januari hield geen stand. De twee landen begonnen vervolgens nieuwe onderhandelingen, maar die strandden maandag.