Bij een nieuwe luchtaanval in het Syrische Idlib zijn zeker twaalf doden gevallen, meldt de reddingsorganisatie Witte Helmen donderdag. Door het aanblijvende geweld in de regio neemt het aantal vluchtelingen in rap tempo toe.

De stad Ariha werd in de nacht van woensdag op donderdag geraakt door bommen van Russische gevechtsvliegtuigen. Onder meer een ziekenhuis en een bakkerij werden geraakt, aldus de Witte Helmen.

De Syrische organisatie meldt dat een groot deel van de slachtoffers bestaat uit burgers en medisch personeel. Er zijn voor zover bekend twaalf doden gevallen. Er wordt nog gezocht naar eventuele slachtoffers en vermisten in het puin.

Idlib is de laatste regio in Syrië die in handen is van rebellen. De Syrische president Bashar Al Assad probeert hen al lange tijd te verjagen en krijgt daarbij hulp van Rusland. Een wapenstilstand die de Russen drie weken geleden had afgesproken met Turkije, een partner van diverse rebellengroeperingen, hield geen stand.

Syriërs massaal op de vlucht voor het geweld in Idlib. (Foto: Reuters)

Circa tweehonderd aanvallen in drie dagen

De bombardementen op doelen in Idlib gaan onverminderd door. Volgens de Verenigde Naties hebben Rusland en Syrië in de afgelopen drie dagen circa tweehonderd luchtaanvallen uitgevoerd.

In de afgelopen week zijn 115.000 Syriërs op de vlucht geslagen, bleek woensdag uit nieuwe cijfers van de VN. Daarmee komt het aantal vluchtelingen in de afgelopen twee maanden uit op bijna 390.000.

De meeste families uit Idlib die recentelijk ontheemd zijn geraakt, zijn al eerder gevlucht voor geweld. Veel van hen vluchten naar steden die noordelijker in de regio liggen en niet in handen van de Syrische regering zijn. Volgens de VN zijn 700.000 personen in het noordwesten van land onderweg naar de Turkse grens.