Tienduizenden mensen in de Syrische regio Idlib zijn op de vlucht geslagen, nadat Syrische regeringstroepen een nieuwe aanval hebben geopend. Ze zijn richting de Turkse grens gevlucht.

Het Syrische leger heeft het gemunt op de stad Maarat al Numan. Sinds vorige week neemt het aantal luchtaanvallen daar toe.

De stad ligt aan de snelweg die de hoofdstad Damascus verbindt met de stad Aleppo in Noord-Syrië. De Syrische regering wil deze weg heroveren op de rebellen.

Zondag waarschuwde de Turkse president Recep Tayyip Erdogan dat het land een nieuwe instroom van vluchtelingen niet aankan. De schattingen van het aantal vluchtelingen lopen uiteen.

Erdogan sprak van een stroom van 80.000 vluchtelingen, maar volgens de in Turkije gevestigde Humanitarian Relief Foundation gaat het zelfs om 120.000 mensen. Op dit moment bevinden zich al ongeveer 3,7 miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije.

Secretaris-generaal van de VN uit zijn zorgen

Secretaris-generaal António Guterres van de Verenigde Naties uitte zijn bezorgdheid en vroeg de partijen de gevechtshandelingen onmiddellijk te staken. Volgens de VN zijn er vanwege het oplaaiende geweld binnen een week 30.000 mensen op de vlucht geslagen.

In Syrië woedt al 8,5 jaar een burgeroorlog. Idlib is het laatste belangrijke gebied in Syrië dat nog handen is van rebellen. De Syrische president Bashar Al Assad probeert Idlib daarom te heroveren.

De Syrische president wordt ondersteund door Rusland. Turkije ondersteunt juist verschillende rebellengroepen die actief zijn in de regio.