Het Syrische regeringsleger heeft zondag een dorp aan de rand van de provincie Idlib ingenomen. De provincie is het laatste bolwerk van jihadisten en rebellen in het land.

Het is de eerste inname van land door het Syrische regime sinds de start van een offensief op de door jihadisten gedomineerde enclave, meldt het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten. Het regeringsleger startte daar ruim drie maanden geleden mee.

"De strijdkrachten van het regime hebben Al Habeet, op het zuidelijke platteland van Idlib, bij dageraad ingenomen", zei Rami Abdel Rahman, het hoofd van het Observatorium.

Volgens hem is Al Habeet van strategisch belang voor de pro-Syrische strijdkrachten. Het wordt gezien als belangrijke opstap naar Khan Sheikhun, een van de belangrijkste steden in Idlib.

Idlib is laatste grote bolwerk van verzet

De inname ging niet zonder slag of stoot. Volgens het Observatorium zijn sinds zaterdag 41 regeringsgezinde strijders en 56 strijders van de aan Al Qaeda gelieerde militie Hayat Tahrir al Sham (HTS) gedood.

Het gebied is sinds 2015 het laatste grote bolwerk van verzet tegen het regime van president Bashar Al Assad en zijn bondgenoten. Het rebellengebied wordt gedomineerd door de HTS. De regio bevindt zich in een gedemilitariseerde bufferzone, die in september vorig jaar door Rusland en Turkije is ingesteld.

Syrië en Rusland bombarderen al maanden bezet gebied

Syrië is samen met Rusland al sinds eind april bijna dagelijks bezig met het bombarderen van het gebied in het noordwesten van het land. Er zijn al zeker vierhonderd burgers omgekomen en honderdduizenden mensen op de vlucht geslagen.

In Syrië woedt al sinds 2011 een burgeroorlog waardoor honderdduizenden mensen om het leven zijn gekomen en miljoenen burgers ontheemd zijn geraakt.