De Verenigde Naties (VN) hebben een luchtaanval met vatenbommen in een door rebellen bezet gebied in noordwest-Syrië veroordeeld. Het is niet bekend hoeveel slachtoffers er zijn gevallen.

Volgens Panos Moumtzis, de regionale humanitaire coördinator van de VN, zijn het de heftigste aanvallen in vijftien maanden tijd.

"We hebben informatie dat onderwijsfaciliteiten, gezondheidsfaciliteiten en woonwijken worden gebombardeerd door helikopters en vliegtuigen," vertelde Moumtzis aan persbureau Reuters.

Russische en Syrische troepen intensiveerden luchtaanvallen en beschietingen in de nacht van woensdag op donderdag, in de zwaarste aanval sinds de noordwestelijke regio werd uitgeroepen tot een gedemilitariseerde zone onder een Russisch-Turkse overeenkomst.

Idlib laatste gebied van rebellen

De provincie Idlib in het noordwesten is het laatste grote gebied dat de Syrische rebellengroeperingen nog in handen hebben. De afgelopen maanden is het gebied vaker doelwit geweest van zware luchtaanvallen door de Russische luchtmacht. Ook het Syrische regeringsleger nam het gebied onder vuur.

Formeel geldt er een wapenstilstand van een half jaar, maar sinds de opmars van de terreurgroep HTS wordt het bestand vaker geschonden. Voorheen was deze beweging bekend onder de naam Al Nusra.