De organisatie voor het verbod van chemische wapens (OPCW) heeft gegronde redenen om aan te nemen dat er vorig jaar april gifgas is gebruikt bij een aanval in de Syrische stad Douma.

Dat is de conclusie van het rapport (pdf) dat onderzoekers van de OPCW vrijdag publiceerden.

De Syrische regering lanceerde 7 april vorig jaar een zware aanval op Douma. Daarbij vielen zeker 48 doden en meer dan vijfhonderd gewonden. Volgens rebellen zou Syrië een bom met giftige chemicaliën hebben gebruikt om burgers te doden.

Het was niet de taak van de OPCW om vast te stellen wie het gifgas als wapen gebruikte.

Onderzoekers van een speciaal team van de in Den Haag gevestigde OPCW bezochten de ramplocatie, verzamelden data en spraken met getuigen. Er werden monsters genomen en geanalyseerd in een lab in Rijswijk.

VS: Syrië en Rusland wilden sporen gebruik gifgas wissen

De Verenigde Staten meldden eerder bewijs te hebben dat Syrië en diens bondgenoot Rusland de sporen van het gebruik van gifgas wissen. De landen zouden tevens de onderzoekers doelbewust hebben vertraagd.

Onder meer de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk houden president Bashar Al Assad verantwoordelijk voor de doden die bij het gebruik van gifgas zijn gevallen.

De VS, het VK en Frankrijk hebben de uitkomst van het onderzoek van de OPCW overigens niet afgewacht. Zij vuurden raketten af op drie Syrische doelen die werden geassocieerd met het chemischewapenprogramma van de Syrische regering.