België hoeft de zes jonge kinderen van twee weduwen van IS-strijders toch niet te repatriëren. Een rechtbank had daar eerder wel opdracht toe gegeven, maar de regering ging met succes in hoger beroep.

De kinderen, die tussen de twee maanden en vijf jaar oud zijn, bevinden zich volgens Belgische media in een kamp in het noorden van Syrië. Hun lot is in België de inzet van een juridisch steekspel.

De kortgedingrechter oordeelde eind vorig jaar dat België "alle noodzakelijke en mogelijke maatregelen" moet nemen om de terugkeer van de kinderen mogelijk te maken. Ook de moeders moesten kunnen terugkeren.

Het Brusselse hof van beroep heeft nu een streep gehaald door die uitspraak. Het hof oordeelde volgens VRT Nieuws dat de kinderen wel mogen worden teruggehaald. De staat is daar alleen niet toe verplicht.

"De Belgische regering blijft niettemin inspanningen leveren om kinderen tot tien jaar terug naar België te halen", reageerde minister Koen Geens (Justitie). "Kinderen kunnen nooit schuldig zijn aan de daden van hun ouders."

De moeders van de kinderen moeten bij hun eventuele terugkeer naar België de gevangenis in. Ze zijn bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar.

Ook Nederlanders in Syrische kampen

In de vluchtelingenkampen in het noorden van Syrië begeven zich ook tien vrouwen met de Nederlandse nationaliteit. Zij hebben samen in totaal 25 kinderen, maakten inlichtingendienst AIVD en terreurbestrijder NCTV dinsdag bekend.

Ook in Nederland is er in de politiek onenigheid over wat er met deze groep moet gebeuren. Volgens schattingen zijn in de afgelopen jaren driehonderd Nederlanders naar Irak en Syrië afgereisd.

Van die groep zijn er 85 dood en zo'n 55 teruggekeerd naar Nederland. Nog 120 mannen en vrouwen zijn nog in Syrië. Het grootste deel daarvan heeft zich aangesloten bij IS.