Strijders van de door de Verenigde Staten gesteunde militaire coalitie Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) ondervinden hevige tegenstand van strijders van de Islamitische Staat (IS) bij het laatste bolwerk van de terroristische groepering in het oosten van Syrië.

De Associated Press schrijft dat volgens een woordvoerder van de SDF de "meest ervaren jihadisten" hun gebied dicht bij de grens met Irak proberen te verdedigen.

Afgelopen week werd bekend dat strijders van IS en hun familieleden het gebied verlieten om zich bij het dorp Baghuz over te geven aan de SDF.

In de afgelopen twee weken hebben duizenden militanten zich overgegeven. Twintigduizend burgers verlieten het gebied. Zaterdag begon de SDF aan de "laatste strijd om IS te verslaan".

IS is ingesloten in laatste dorp

IS heeft nog de controle over één dorp, maar zit ingesloten tussen de SDF-strijders, het Syrische leger en de Iraakse grens, waar het Iraakse leger ze opwacht.

Volgens The New York Times zijn leiders van de SDF in onderhandeling met IS over een deal. IS moet de gevangengenomen SDF-strijders vrijlaten en in ruil daarvoor mogen ze vertrekken naar de provincie Idlib, de enige Syrische provincie die niet in handen is van president Bashar Assad.

IS kan volgens president Trump binnen week verslagen zijn

De Amerikaanse president Donald Trump stelde woensdagavond dat IS binnen een week volledig verslagen kan zijn. Trump kondigde in december al aan dat hij alle Amerikaanse militairen uit Syrië wil halen vanwege de verwachte overwinning op IS.

Het Amerikaanse ministerie van Defensie waarschuwt echter voor een mogelijke heropleving van de groepering "binnen zes tot twaalf maanden". Er verblijven naar schatting nog tweeduizend jihadisten in het oosten van Syrië.

Een terugtrekking van Amerikaanse soldaten is ook riskant voor de SDF, die onder andere bestaat uit de Koerdische militie YPG. Turkije, dat ook deel uitmaakt van de coalitie tegen IS, beschouwt de YPG namelijk als terroristische organisatie. Zonder steun van de VS kan Turkije een offensief beginnen tegen de Koerden.

Politieke oplossing moet later dit jaar volgen

De Syrische burgeroorlog brak uit in 2011 na maandenlange protesten tegen de regering van president Assad. Rebellen wonnen snel terrein, maar dankzij steun van Rusland en Iran heeft het Syrische leger de controle weer in het grootste deel van Syrië.

Dit jaar moet een comité samengesteld worden om een politieke oplossing voor de oorlog te vinden.