Er zijn op dit moment nog 8,1 miljoen Syrische kinderen afhankelijk van noodhulp, meldt UNICEF vrijdag in een nieuw rapport. In 2018 alleen werden al zeshonderd kinderen gedood of verminkt en werden er twaalfhonderd ernstige kinderrechtenschendingen geregistreerd.

Van de kinderen die noodhulp nodig hebben wonen 5,6 miljoen in Syrië en 2,5 miljoen in de omliggende landen. Die laatsten zijn Syrië in de loop der jaren ontvlucht.

Het conflict in het land duurt nu al zeven jaar. Al die jaren strijd resulteerde tot dusver in talloze verwoeste huizen, miljoenen doden en miljoenen mensen die hun huis ontvlucht zijn.

Hoewel de oorlog nog niet voorbij is, zijn in de eerste helft van dit jaar al zo'n 750.000 mensen in Syrië teruggekeerd naar huis. Daar staat echter vaak nog weinig overeind, en er zijn nauwelijks voorzieningen.

Een op de drie scholen is stukgeschoten, staat in het rapport van UNICEF. Ruim twee miljoen kinderen in Syrië gaan momenteel niet naar school en 33 procent van de kinderen is niet gevaccineerd tegen ziektes als polio of mazelen. In twee derde van de gemeenschappen vinden kindhuwelijken plaats.

"Eerst waren de Syriërs gericht op overleven, maar nu proberen ze langzamerhand de draad weer op te pakken", zegt Salam Abdulmunem Al Janabi, woordvoerder van UNICEF in Syrië. Inmiddels leven echter zeven op de tien Syriërs in het land in armoede, het hoogste percentage sinds de oorlog begon, en heeft een op drie Syriërs geen toegang tot schoon drinkwater.

'Intenties zijn vaak goed, maar consequenties niet'

"De armoede zorgt ervoor dat mensen slechte beslissingen nemen", zegt Al Janabi. "De intenties zijn vaak goed, maar de consequenties niet. Kindhuwelijken zijn daar een goed voorbeeld van. Ouders denken zo hun kind te helpen, of zichzelf doordat ze een mond minder te voeden hebben, maar op de lange termijn houdt dat niet stand."

Ook worden kinderen jong aan het werk gezet. "Ik heb kinderen gezien van zes, zeven jaar oud die in garages of in metaalbewerkingsbedrijven werken. Dat is gevaarlijk en ongezond."

'Syrië heeft 45 miljoen euro nodig voor basishulp'

Toch ziet Al Janabi de situatie beetje bij beetje veranderen. "We hebben inmiddels 85 procent van de gebieden weten te bereiken, waaronder ook landelijke, afgelegen gebieden en oppositiegebieden."

Volgens cijfers van UNICEF zijn inmiddels 1,9 miljoen mensen bereikt met basishulp, zoals artikelen als zeep, wasmiddel en luiers. De komende maanden heeft de organisatie 45 miljoen euro nodig om de kwetsbaarste kinderen in Syrië en buurlanden van deze basisbenodigdheden te voorzien.

Al Janabi kijkt bezorgd naar de winter die voor de deur staat. Toch houdt hij hoop. "We hebben dit jaar al vier miljoen kinderen geregistreerd die naar school gaan. Als zij hoop hebben, hebben wij het ook."

Hij wijst op het voorbeeld van een school in een landelijk gebied buiten Homs. "Vier of vijf jaar geleden hadden we nog geen toegang tot het gebied. Nu wel. Er gaan momenteel 1.250 jongens naar de 'school' in dit gebied. Dat wil zeggen: ze gaan elke dag naar een gebouw zonder ramen en deuren, maar met een schoolbord."

Conflict vindt oorsprong in Arabische Lente

Het conflict in Syrië begon in 2011 tijdens de Arabische Lente, die op gang was gebracht door volksprotesten in landen als Tunesië, Libië, Egypte en ook Syrië. In maart van dat jaar ontstonden vreedzame protesten die de kop werden ingedrukt door het Syrische leger.

Daarop begonnen ook landen als Saoedi-Arabië, Rusland en Iran zich in de kwestie te mengen. Tegelijkertijd versterkte ook Islamitische Staat (IS) zijn positie in Syrië, waarna ook de VS en verschillende Europese landen zich met de gebeurtenissen gingen bemoeien en bombardementen uitvoerden op het land.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!