Samen met bondgenoot Rusland heeft Syrië zaterdag zware luchtaanvallen uitgevoerd op doelen in de provincie Idlib. 

Idlib geldt als de laatste grote enclave die nog in handen is van opstandelingen tegen president Bashar al-Assad. Het Observatorium voor Mensenrechten meldt dat zeker vier mensen zijn gedood.

Veel strijders in Idlib behoren tot jihadistische groepen. Er bevinden zich echter ook miljoenen burgers in het gebied dat grenst aan Turkije. Dat land vangt al zo'n 3,5 miljoen gevluchte Syriërs op en vreest voor een nieuwe vluchtelingenstroom.

Turkije probeerde Rusland en Iran, twee bondgenoten van Syrië, vrijdag nog te overhalen tot een wapenstilstand voor Idlib. Moskou en Teheran maakten echter duidelijk dat ze daar niets voor voelen. De Russische president Vladimir Poetin zei dat Damascus het recht heeft haar "volledige nationale territorium te controleren".

Verenigde Staten waarschuwen bij inzet chemische wapens

Volgens de Verenigde Staten bereiden de Syrische regeringstroepen zich voor op de inzet van chemische wapens in Idlib. De Amerikanen waarschuwen dat een ''snelle en gepaste'' reactie hierop zal volgen.

De Russische autoriteiten vermoeden dat juist militanten in het gebied een chemische aanval in scene zouden willen zetten. Ze zouden de schuld vervolgens in de schoenen van Syrische regeringstroepen willen schuiven, met de bedoeling een westerse militaire interventie uit te lokken.

De Amerikanen zeggen geen informatie te hebben die erop wijst dat opstandelingen in Idlib chemische wapens kunnen maken. Minister James Mattis (Defensie) zegt harde feiten te willen zien voordat een chemische aanval wordt toegeschreven aan strijders die vechten tegen de Syrische regering.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!