Het Russische leger heeft rebellen in de omsingelde streek Oost-Ghouta, ten oosten van de Syrische hoofdstad Damascus, een uitweg aangeboden. Het ministerie van Defensie liet weten dat er voor de rebellen en hun familie een veilige route krijgen en 'persoonlijke wapens' mogen meenemen.

Rusland heeft ook aangegeven dat zij vervoer voor de rebellen en hun families zullen regelen.

Aangenomen wordt dat de voornamelijk jihadistische strijders dan naar het noordwesten van Syrië worden gereden, waar strijdgroepen nog een deel van de provincie Idlib beheersen. Een van de groepen, het al-Rahman Legioen, heeft meteen afwijzend gereageerd en stelt dat Rusland mensen wil deporteren.

Oost-Ghouta wordt al jaren belegerd door regeringstroepen. Er zijn verschillende strijdgroepen actief die vooral uit soennitische extremisten bestaan. Zij zouden er nog steeds een bevolking van mogelijk 400.000 mensen domineren. De rebellen bestoken Damascus vanuit Oost-Ghouta met raketten en granaten.

Sinds 18 februari wordt Oost-Ghouta heftig gebombardeerd door de coalitie in steun van president Bashar Al-Assad. Volgens het Syrische Observatorium van Mensenrechten zijn daar sinds 18 februari 780 mensen omgekomen door de bombardementen.

Aleppo

Eind 2016 zijn na onderhandelingen belegerde strijders die het oosten van de stad Aleppo in hun greep hielden, onder toezicht van onder meer Russen geëvacueerd. Ze zijn naar gebieden van jihadisten ten westen van Aleppo gereden.

Daarmee eindigde de bloedige strijd om Aleppo, de tweede stad van Syrië. Het was enorme nederlaag voor de rebellen en jihadisten die tegen de regering van president Assad vechten.

Het verlies van Oost-Ghouta zou ook een grote nederlaag betekenen voor de rebellen. De soennitische extremisten hebben behalve Idlib in het noordwesten nog enkele gebieden onder controle met name ten noorden van Hama, de plaats Dumayr en gebieden langs de door Israël bezette strook Syrië en de grens met Jordanië.