Het Syrische leger heeft posities van de rebellen in de streek Oost-Ghouta, ten oosten van de hoofdstad Damascus, aangevallen. Daarbij heeft het naar eigen zeggen verschillende landbouwgronden en een zestal dorpen en stadjes ingenomen.

In een verklaring meldde het Syrische leger dat een "groot aantal terroristen" is gedood en dat een aantal van hun hoofdkwartieren, tunnels en vestingwerken zijn verwoest, evenals hun wapens. Een legercommandant zegt dat de enclave op enkele kilometers na in tweeën is gedeeld.

Volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten zijn honderden mensen voor het geweld op de vlucht geslagen of hebben zich in ondergrondse schuilplaatsen verstopt.

Een konvooi met hulpgoederen kon zondag niet naar het getroffen gebied trekken. Volgens de Verenigde Naties heeft de Syrische regering geen toestemming gegeven voor de veertig vrachtwagens die naar Douma hadden moeten vertrekken.

Wapenstilstand

Een door de VN voorgestelde wapenstilstand voor heel Syrië en een door de Russen voorgestelde dagelijkse gevechtspauze van vijf uur hebben nog niet geleid tot een verbetering van de humanitaire situatie. Sinds 18 februari zijn er zeker zeshonderd doden gevallen in Oost-Ghouta.

Als de troepen van president Assad de enclave veroveren, dan zou dat een enorme overwinning zijn voor de regering. Oost-Ghouta is het enige gebied in de buurt van hoofdstad Damascus dat nog in handen van rebellen is. Het gaat om veel verschillende groeperingen die zich hebben verschanst in de enclave.