De Verenigde Naties willen langere gevechtspauzes in de Syrische regio Oost-Ghouta. De huidige vijf uur zou niet genoeg zijn voor de levering van hulpgoederen, het vertrek van burgers en de evacuatie van patiënten in nood.

Russische en Syrische leiders hebben aangekondigd dat ze in heel Syrië dagelijks van 9.00 uur tot 14.00 uur plaatselijke tijd een 'humanitaire pauze' houden. Dan zouden burgers de belegerde enclave over bepaalde routes kunnen verlaten.

Oost-Ghouta wordt al jaren belegerd en is in handen van jihadisten. Het is donderdag de derde dag van deze gevechtspauzes, maar op een bejaard echtpaar na, zijn er voor zover bekend nog geen burgers uit Oost-Ghouta vertrokken.

De jihadisten, voornamelijk leden van Jaish al-Islam (Leger van de Islam), beschieten volgens de Russen en Syriërs de routes die evacués of hulpverleners zouden moeten nemen. Zij zouden de burgers niet laten gaan, maar als menselijk schild gebruiken. Jaish al-Islam deed dat enkele jaren geleden door gevangen burgers in kooien rond te rijden.

Volgens het Russische leger schenden rebellen het bestand in Oost-Ghouta en vijf provincies. De rebellen blokkeren daarmee de evacuatie van burgers uit gevaarlijke plaatsen.

Hulpgoederen

Er wonen nog zo'n vierhonderdduizend mensen in Oost-Ghouta. Zij hebben noodhulp nodig, maar die blijft volgens de Verenigde Naties uit doordat hulpkonvooien niet worden toegelaten in het gebied.

Dit jaar zou slechts één kleine konvooi zijn doorgelaten, verklaart VN-adviseur voor de humanitaire hulp Jan Egeland. Die had goederen bij zich voor 7.200 mensen. Tijdens de gevechtspauzes zou nog geen enkele hulpconvooi het gebied in zijn gegaan.

De vechtende partijen blijven ondanks het bestand actief. De afgelopen 24 uur werd een burger gedood en vielen zes gewonden door beschietingen van woonwijken in Damascus en buitenwijken van de Syrische hoofdstad.

Afrin

Intussen is in de belegerde Syrische regio Afrin voor het eerst sinds 3 december een hulpkonvooi gearriveerd, aldus het Rode Kruis. Het konvooi bestaat uit 49 voertuigen die 430 ton goederen als voedselpakketten, dekens en winterkleren bij zich hebben.

Turkije begon op 20 januari een offensief in de aan Turkije grenzende regio Afrin die door Koerden van de YPG wordt gecontroleerd. Turkije wil voorkomen dat een verbinding wordt gemaakt met het veel grotere Koerdische gebied ten oosten daarvan.

Turkije voelt zich niet gebonden aan het staakt-het-vuren dat van kracht is in Syrië. Donderdag zijn acht Turkse militairen in Afrin omgekomen bij gevechten met YPG-strijders, meldt het Turkse leger. Dertien andere militairen raakten gewond.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je ’s nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!