De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov beschuldigt de rebellen ervan dat ze humanitaire hulp en de evacuatie van mensen in Oost-Ghouta blokkeren.
 

Lavrov maakte de beschuldigingen woensdag tijdens een bijeenkomst van de Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties (VN). Hij zei verder dat Rusland Syrië blijft steunen bij het "verslaan van de terroristische dreiging".

De minister riep ook de landen van de coalitie, onder leiding van de Verenigde Staten, op hulpverlening mogelijk te maken in de gebieden die zij onder controle hebben.

Rusland stelde eerder voor om dagelijks tussen 9.00 tot 14.00 uur de wapens neer te leggen zodat er hulp kan worden geboden aan burgers in het sinds 2013 belegerde Oost-Ghouta. Dit tijdelijke bestand werd dinsdag na ruim een uur al geschonden.

De Wereldgezondheidsorganisatie stelde dinsdag dat er zeker duizend zieke en gewonde mensen moeten worden geëvacueerd. Het is niet bekend of de strijdgroepen burgers willen laten gaan. Moskou en Damascus hebben erop gewezen dat de rebellen burgers als menselijk schild gebruiken en beelden van gewonde burgers verspreiden om internationaal sympathie te werven. 

Gevechten

Het Syrische Observatorium voor Mensenrechten meldde woensdag dat het Syrische leger gesteund door de Russen een gebied in het oosten van Ghouta heeft veroverd in de gevechten met de rebellen. Het bericht werd niet bevestigd door de legerleiding, noch door de rebellen.

Zaterdag nam de Veiligheidsraad van de VN een resolutie aan voor een wapenstilstand van dertig dagen in Syrië. De VN riep de strijdende partijen op om per direct alle vijandigheden te staken. Desondanks bleef het geweld in bepaalde plaatsen doorgaan, waaronder in Oost-Ghouta.