'Onderzoekers linken Syrië aan grote sarinaanval in 2013'

Onderzoekers hebben voor het eerst een verband gelegd tussen de grote aanval met het gifgas sarin in de regio Ghouta en de voorraad chemische wapens van Syrië. Bij de aanval kwamen in 2013 vele honderden mensen om het leven.

Het verband bleek uit onderzoek in opdracht van de organisatie voor het verbod op chemische wapens OPCW, aldus bronnen rond het onderzoek.

Daarbij werden monsters onderzocht die door de VN waren genomen op drie plekken aan de rand van Damascus waar in augustus 2013 aanvallen waren geweest. Behalve in Ghouta, een gebied buiten de Syrische hoofdstad Damascus, waren dat aanvallen in de provincie Idlib en bij de stad Aleppo.

De OPCW maakte in oktober al bekend dat Syrië verantwoordelijk wordt gehouden voor de aanvallen in Idlib in april 2017 en in Aleppo in maart 2013.

Dinsdag werd bekend dat het gifgas dat bij de aanval in Ghouta werd gebruikt, uit dezelfde voorraad kwam.

Assad ontkent 

Volgens Amerikaanse cijfers kwamen bij de gifgasaanval in Ghouta 1.429 mensen om het leven, 426 van hen waren kinderen. Artsen zonder Grenzen sprak echter van 355 doden. In een VN-rapport wordt geen dodental genoemd.

President Assad heeft steeds ontkend zijn chemische wapens te hebben gebruikt tegen zijn eigen burgers en geeft de rebellen die tegen zijn bewind vechten de schuld.

Afwachtende houding

De Verenigde Staten lieten in een vroeg stadium al weten ervan overtuigd te zijn dat het regeringsleger van president Bashar al-Assad achter de gifgasaanval in Ghouta zat. Veel landen, waaronder Nederland, waren sceptisch over het bewijs en pleitten voor een afwachtende houding.

De VN constateerden eind 2013 al dat er raketten met sarin in Moadamiyah, Ain Tarma en Zamalka werden gebruikt tegen ''burgers, onder wie kinderen, op een relatief grote schaal."

Sarin is aangetroffen in raketten die zijn gevonden, in 85 procent van de bloedmonsters en in zeker 91 procent van de urinemonsters die het onderzoeksteam heeft getest. De VN sprak van een "oorlogsmisdaad".

Burgeroorlog

De burgeroorlog in Syrië is inmiddels zeven jaar bezig en heeft het leven gekost aan vele honderdduizenden mensen. Meer dan elf miljoen Syriërs zijn voor het oorlogsgeweld op de vlucht geslagen.

Het Syrische leger en westerse troepen hebben Islamitische Staat uit de meeste plekken in het land verdreven. De terreurorganisatie domineert nog een paar kleine gebieden. Assad heeft weer de controle over het grootste deel van het land.

Sinds half januari is het geweld in het noorden van het land opgelaaid. Turkije is een offensief begonnen om een 'veilige zone' in te richten waar zich geen Koerden zouden mogen bevinden, tot grote irritatie van Assad en veel westerse landen. Onder meer de VS steunt de Syrische Koerden omdat zij  een cruciale bijdrage hebben geleverd aan het verdrijven van IS uit Syrië.

Lees meer over:
Tip de redactie