Verenigde Staten vermoeden dat Syrië nog steeds chemische wapens inzet

De Syrische regering van president Assad gebruikt mogelijk nog steeds chemische wapens bij aanvallen op de rebellenenclave Oost-Ghouta. Die bezorgdheid sprak de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson dinsdag uit tijdens een congres in Parijs.

"Alleen gisteren zijn al meer dan twintig burgers, vooral kinderen, het slachtoffer geworden van klaarblijkelijk chloorgas. De recente aanvallen doen het angstige vermoeden rijzen dat Bashar al-Assad doorgaat met het gebruik van chemische wapens tegen de eigen bevolking'', aldus Tillerson.

Tillerson voegde eraan toe dat wie de aanvallen ook heeft uitgevoerd "Rusland uiteindelijk de verantwoordelijkheid draagt voor de slachtoffers''. De Russen geven de troepen van Assad luchtsteun en sinds hun betrokkenheid bij de oorlog in Syrië worden ook chemische wapens ingezet.

Aanval

Reddingsmedewerkers van de Witte Helmen, een Syrische organisatie van burgers die mensen helpen na een aanslag of aanval, zeggen dat de regering van Assad achter de aanval op maandag zit. 

Ook de gezondheidsorganisatie in de regio zegt dat het waarschijnlijk om een chloorgasaanval gaat, maar dat is nog niet bevestigd.

Chemische wapens

Sinds 2013 wordt het regime van Assad ervan verdacht chemische wapens te gebruiken tegen rebellen en tegen de eigen bevolking. Begin 2014 werd na een akkoord in de Verenigde Naties begonnen met het vernietigen van de chemische wapens van Syrië.

In 2014 verklaarde het OPCW, de organisatie voor het verbod op chemische wapens, dat alle chemische wapens weg waren uit Syrië. 

De laatste grote aanval met chemische wapens in Syrië vond plaats in april 2017 in Idlib. Bij die aanval kwamen 72 mensen om het leven. Verschillende landen zeiden dat de aanval was uitgevoerd door de Syrische regering, maar die heeft dat altijd ontkend.

Lees meer over:
Tip de redactie