Door een explosie in de stad Idlib in het noordwesten van Syrië zijn zondag ten minste 23 mensen om het leven gekomen.

Onder de doden zouden ook burgers zijn. Andere slachtoffers liggen nog onder het puin, stelt het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten, een in Groot-Brittannië gevestigde organisatie die zich beweert op lokale bronnen.

Volgens het Observatorium heeft de explosie een hoofdkwartier getroffen van een kleine rebellenbeweging die bestaat uit Aziatische jihadisten. 

Ambulances en reddingswerkers snelden na de ontploffing toe om gewonden te redden. Slachtoffers liggen begraven onder het puin van het rebellengebouw en omliggende huizen, meldt het Observatorium. 

De meeste slachtoffers zijn strijders, maar er zouden ook minstens zeven burgers om het leven zijn gekomen. De lezingen lopen uiteen over de oorzaak van de explosie. Het ging mogelijk om een aanval met een onbemand vliegtuigje of een aanslag met een autobom.

Offensief

Rebellen verdreven het Syrische regeringsleger in 2015 uit Idlib, de hoofdstad van de gelijknamige provincie. Het regime en zijn bondgenoten begonnen in oktober vorig jaar een offensief om Idlib en de provincie Hama weer in handen te krijgen. De belangrijkste rebellenbeweging in Idlib is de radicaalislamitische Tahrir al-Sham.