VN-onderzoekers houden de Syrische luchtmacht verantwoordelijk voor de gifgasaanval op de plaats Khan Sheikhoun, waarbij in april zeker 83 doden vielen. De strijdkrachten van het regime zouden ook tientallen andere aanvallen hebben uitgevoerd met chemische wapens.

De Syrië-commissie van de Mensenrechtenraad van de VN maakte woensdag bekend dat sinds het begin van de burgeroorlog zeker 33 aanvallen met chemische wapens zijn uitgevoerd. In ten minste 27 gevallen zou het regime van president Bashar al-Assad verantwoordelijk zijn. In het onderzoek is niet achterhaald wie achter de overige aanvallen zit.

Het regime zou onder meer de aanval op Khan Sheikhoun hebben laten uitvoeren. Die gifgasaanval was voor de VS aanleiding om een Syrische luchtmachtbasis te bestoken met kruisraketten.

De OPCW, de organisatie voor het verbod op chemische wapens, bevestigde eerder al dat bij de aanval op Khan Sheikhoun gebruik was gemaakt van sarin, een geurloos zenuwgas. Van de 83 dodelijke slachtoffers was ruim een derde kind. Bijna driehonderd mensen raakten gewond bij de aanval op het plaatsje in de provincie Idlib.

Het regime heeft altijd ontkend verantwoordelijk te zijn voor het gebruik van chemische wapens in de plaats. Volgens Assad waren het rebellen die zaten achter de aanval op Khan Sheikhoun.

Luchtaanvallen

Tijdens het onderzoek heeft de VN 43 getuigen en andere betrokkenen geïnterviewd. Ook is gebruik gemaakt van satellietbeelden en beeldmateriaal.

De onderzoekers stellen ook ernstig bezorgd te zijn over de impact van luchtaanvallen van de internationale coalitie die in Syrië terreurgroepen bestrijdt. Daarbij vallen geregeld burgerslachtoffers.