De Syrische regering heeft met opzet in september bij Aleppo een hulpkonvooi laten bombarderen waardoor zeker veertien hulpverleners omkwamen.

Dat is een van de conclusies van een groep onderzoekers van de Verenigde Naties in een rapport over oorlogsmisdaden tijdens de belegering en herovering van de stad Aleppo. Alle strijdende partijen maakten zich schuldig aan oorlogsmisdaden, aldus de VN.

De aanval was op een opslagplaats en een konvooi in Orem al-Kubra, ongeveer vijftien kilometer ten zuidwesten van Aleppo. Zeker achttien vrachtwagens en een groot deel van de hulpgoederen gingen verloren. Na de aanval zette de VN alle hulpkonvooien in Syrië bijna twee dagen stil.

De VN stelde eind september een onderzoek in naar de bloedige aanval. Alle partijen hebben altijd stellig ontkend achter de aanval te zitten.

Dagelijks

Tussen juli en de herovering van de stad op 22 december vorig jaar waren er dagelijks luchtaanvallen op door rebellen beheerste delen van Aleppo. Daardoor kwamen honderden burgers om en werden ziekenhuizen vernield, net als scholen, weeshuizen en woningen.

Rebellen beschoten op hun beurt het door het Syrische leger gecontroleerde deel met veel doden onder burgers tot gevolg. Bovendien gebruikte zij de inwoners van het oosten van de stad als menselijk schild, waarmee zij een oorlogsmisdaad begingen.

"Wat in Aleppo gebeurde is ongekend in de oorlog in Syrië", vinden de VN.