De Verenigde Naties zijn niet in staat gebleken om een schuldige aan te wijzen voor de dodelijke aanval op een hulpkonvooi van het internationale Rode Kruis. ​Het bombardement vond op 19 september plaats in de buurt van de Syrische stad Aleppo.

Een onderzoekscommissie van de VN maakte woensdag bekend dat bij het bombardement "meerdere soorten munitie zijn gebruikt afkomstig van meer dan één vliegtuig en vliegtuigtype". De raad zegt geen bewijs te hebben of sprake was van een incident of een gerichte aanval.

De commissie stelt dat alleen Syrië, Rusland of de Verenigde Staten over vliegtuigen beschikken die dergelijke aanvallen kunnen uitvoeren; Syrische oppositiegroepen niet. Daarbij is het volgens de onderzoekers "hoogst onwaarschijnlijk" dat vliegtuigen van de VS-geleide coalitie betrokken waren bij het bombardement.

Alle partijen hebben altijd stellig ontkend achter de aanval te zitten. De VS houdt Rusland verantwoordelijk voor het bombardement.

Doden

De commissie liet ook weten dat bij de aanval zeker tien mensen om het leven kwamen. 22 anderen raakten gewond. Zeventien vrachtwagens werden vernietigd. Het Rode Kruis meldde eerder dat circa twintig burgers en één coördinator van de Syrische tak van het Rode Kruis (Rode Halve Maan) zijn gedood.

De aanval was op een opslagplaats en een konvooi in Orem al-Kubra, ongeveer vijftien kilometer ten zuidwesten van Aleppo. Tijdens de aanval werd de lading van het konvooi van 31 vrachtauto's gelost.

Secretaris-generaal Ban Ki-moon zette eind september een interne onderzoekscommissie op de zaak, die moest vaststellen wat er precies is gebeurd.