Luchtaanvallen door Syrische of Russische gevechtsvliegtuigen hebben zondag in de noordwestelijke stad Idlib in Syrië meer dan twintig mensen gedood. Dat meldt het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten.

Onder de getroffen gebieden was een markt, zeker vijf kinderen zijn onder de doden, aldus de mensenrechtengroepering. Het dodental zal mogelijk nog oplopen omdat een aantal mensen ernstig gewond is.

Het was niet meteen duidelijk of Syrische of Russische gevechtsvliegtuigen de aanvallen hebben uitgevoerd. Beiden zijn actief in het gebied.

Rusland heeft vorig jaar gevechtsvliegtuigen naar Syrië gestuurd om president Bashar al-Assad te steunen tegen de rebellen die zijn heerschappij willen omverwerpen. Ook steunen de Russen Syrië in een aparte strijd tegen terreurgroep Islamitische Staat in het oosten van het land.

Idlib geldt als een bolwerk van rebellen, waaronder het met al-Qaeda verwante Nusra-Front. Bij luchtaanvallen in de stad Maarat al-Numan, zo'n dertig kilometer ten zuiden van Idlib, kwamen zondag nog eens zes mensen om het leven, zei het Observatorium.