Nederlandse militairen namen in de afgelopen twee jaar vanuit Turkije tientallen lanceringen waar in Syrië. 

Maar die projectielen kwamen ook weer neer op Syrische bodem, waardoor de Nederlanders nooit een Patriotraket hoefden af te vuren om deze uit de lucht te schieten.

Zondag komt er een einde aan de Nederlandse Patriotmissie. Sinds januari 2013 waren er twee eenheden met in totaal ruim tweehonderd militairen gestationeerd bij Adana in het zuiden van Turkije. De Nederlanders beschermden daarmee de miljoenenstad tegen mogelijke aanvallen met ballistische raketten, zoals Scuds, vanuit Syrië.

NAVO-lid Turkije had de hulp van het militaire bondgenootschap ingeroepen om zich te beschermen tegen luchtaanvallen uit Syrië. Ook de Duitsers en Amerikanen leveren Patriots. Spanje lost Nederland nu af.

Adana

De Nederlandse eenheden, die dag en nacht in touw waren, opereerden vanaf het civiele vliegveld van Adana en vanaf de basis Incirlik bij deze stad. Een Patriotraket kan zeer snel op grote hoogte raketten, helikopters en vliegtuigen uitschakelen.

Het systeem werd vooral bekend tijdens de Golfoorlog in 1991. Patriots uit Nederland werden destijds ingezet in Turkije en Israël.

Verlengen

De Nederlanders beëindigen hun missie nu zonder dat ze in actie hoefden te komen. Het kabinet besloot de missie niet opnieuw te verlengen, omdat de systemen zwaar zijn belast door de permanente inzet, er groot onderhoud nodig is en de systemen toe zijn aan een modernisering die in Nederland moet worden uitgevoerd.

Ook zou een verdere verlenging een te zware wissel op het personeel trekken.

Besluit

Tijdens de missie ontstond nog wat ophef over het besluit van Defensie om de uitzendbescherming van ongeveer 90 Turkijegangers tijdelijk op te heffen.

Die bescherming houdt in dat een militair voor elke maand in het buitenland twee maanden in Nederland blijft. Bij de Patriot-eenheden waren er echter te weinig vuurleiders en radarmonteurs om de uitzendbescherming vol te houden.