De Syrische regering blijft, ondanks eerder gemaakte afspraken, de hulpverlening in het door oorlog geteisterde land tegenwerken.

Dat stelt mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch vrijdag in een verklaring. Honderdduizenden mensen zouden daardoor verstoken blijven van hulp.

Het regime laat volgens HRW alleen hulpverleners van de Verenigde Naties het land binnen via een grenspost bij Qamishli, aan de Turks-Syrische grens.

Die overgang is in handen van de regering van president Bashar al-Assad. De hulpteams krijgen geen toestemming om via andere doorgangen het land binnen te komen. Doen ze dat zonder permissie, dan lopen ze de kans te worden aangevallen.

Qamishli 

De VN-Veiligheidsraad nam eind februari een resolutie aan dat hulptroepen van de VN ongehinderd hun werk moeten kunnen doen in Syrië. De regering van het land stemde daarmee in, maar laat de hulp alleen via Qamishli het land binnen. Daar zouden de aanhangers van Assad bepalen naar welke regio's de hulpgoederen worden gestuurd. Meestal zijn dat gebieden die pro-Assad zijn.

Volgens HRW zouden de VN de sancties tegen Syrië moeten aanscherpen, nu de regering van Assad de afspraken niet nakomt. De mensenrechtenorganisatie wil dat er een wapenembargo wordt opgelegd aan alle groeperingen die de hulptroepen tegenwerken. Ook wil de organisatie de misstanden onder de aandacht brengen van het Internationaal Strafhof in Den Haag.