Nederland presteerde slechter dan andere landen bij evacuatie Afghanen
Nederland presteerde bij de evacuatie van Afghanen slechter dan andere NAVO-landen, zoals Canada en de Verenigde Staten. Dat blijkt uit onderzoek van de Nederlandse wetenschapper Sara de Jong, die werkt aan de universiteit van het Britse York. "De Nederlandse regering ging uit van wantrouwen tegenover Afghanen", zegt De Jong tegen NU.nl.
Het rapport laat zien dat de NAVO-landen hun beleid ten aanzien van Afghaanse oud-medewerkers niet op elkaar afgestemd hadden. Hierdoor werden Afghanen die evenveel risico liepen door elk land anders behandeld.
Nederland komt er ten opzichte van de andere landen niet goed vanaf. De evacuaties kwamen volgens De Jong pas laat op gang, en alleen bij tolken die aan strenge criteria voldeden. Voor die tolken en hun families was het lange tijd onduidelijk waar ze zich moesten melden. Ook moesten ze aantonen wie ze waren, wat voor velen een enorme bureaucratische horde bleek te zijn, terwijl ze vaak al jaren bekend waren bij Defensie.
Nederland tuigde onnodige bureaucratische molen op
Volgens De Jong werd het Nederlandse beleid vanaf het begin gekenmerkt door wantrouwen tegenover de aanvragers van een verblijfsvergunning. Volgens haar werd er in Nederland een onnodig complexe bureaucratische molen opgetuigd, waarbij de Afghaanse tolk niet centraal stond en de medewerkers van de IND fungeerden als "poortwachters die bijna niemand doorlieten".
Doordat de Nederlandse autoriteiten zich voor de val van Kaboel zo bureaucratisch opstelden tegenover de tolken, zijn de evacuaties onnodig bemoeilijkt. "Voor augustus 2021 was het veiliger, makkelijker en goedkoper om aan paspoorten te komen", zegt ze.
De Jong heeft ook kritiek op het feit dat Nederland niet toestond dat Afghanen, die vaak jarenlang voor het Nederlandse leger of de Nederlandse overheid werkten, méér familieleden (zoals ouders of ongetrouwde zussen, die vaak in huis woonden) meenamen. Een land als Canada voerde hierin een veel ruimer beleid. Verder geven landen als het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Australië hun oud-medewerkers direct een permanente verblijfsvergunning. Op die manier krijgen mensen zekerheid over hun toekomst, terwijl Nederland in eerste instantie een verblijfsvergunning voor vijf jaar geeft.
Een van de grote fouten die de Nederlandse overheid volgens De Jong heeft gemaakt, is het sluiten van de mogelijkheid om per e-mail een aanvraag in te dienen om naar Nederland te worden overgebracht. Zij noemt dat een "paniekreactie" waardoor het voor Afghanen die vaak jarenlang voor Nederlandse organisaties of de Nederlandse overheid hebben gewerkt en die nog in Afghanistan zijn, onmogelijk is geworden om te worden geëvacueerd.
'Laat ook Afghanen toe die zich nog niet konden melden'
"Nu lijkt het alsof de zaak onder controle is. De Kamer ontvangt keurige tabellen waarin te zien is hoeveel aanvragers al zijn overgebracht en hoeveel er nog in Afghanistan zitten", zegt De Jong. "Maar dat is een schijnzekerheid."
"In werkelijkheid hebben nog veel Afghanen volgens de oorspronkelijke motie van het D66-Kamerlid Salima Belhaj recht op evacuatie, maar kunnen ze op geen enkele manier meer laten blijken dat ze willen worden geëvacueerd. Die fout moet worden goedgemaakt. Dat lijkt mij een erezaak ten opzichte van mensen die zich jarenlang voor Nederlandse en westerse idealen hebben ingezet en nu in een moeilijke positie verkeren."
De Jong hoopt ook dat Nederland de Afghanen alsnog een warm welkom geeft. Ze vraagt zich af waarom premier Mark Rutte nooit een bezoek aan de Afghaanse tolken en bewakers heeft gebracht en waarom de aanvraag van een studiebeurs door een 31-jarige oud-tolk afgewezen werd omdat de maximale leeftijd voor zo'n beurs 30 jaar is. "Die mensen hebben zich toch jarenlang ingezet om de Nederlandse militairen in Afghanistan door onveilige situaties te loodsen?"

