Afghanen die voor Nederland wederopbouwprojecten uitvoerden in de Afghaanse provincie Uruzgan komen niet in aanmerking voor evacuatie. Ze zitten ondergedoken en zijn wanhopig. "Het is te bizar voor woorden, deze mensen worden in de steek gelaten", zegt oud-diplomaat Marten de Boer. De Boer probeert Afghanen die door aangescherpte evacuatieregels buiten de boot vallen te helpen.

"Dank voor het harde werken onder moeilijke omstandigheden door jou en je collega's", schreef toenmalig diplomaat en huidig D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma in juli 2009 aan de directeur van een organisatie die met Nederlands geld wederopbouwprojecten realiseerde in Uruzgan.

De directeur, die om veiligheidsredenen niet bij zijn naam genoemd wil worden, zit ondergedoken in Kaboel. Hij slaagde er tijdens de evacuaties in augustus niet in contact te leggen met de Nederlandse ambassade en staat niet op een evacuatielijst. "We zitten in hele moeilijke omstandigheden", laat hij NU.nl weten. Hij stuurt een tiental visitekaartjes via WhatsApp, naast dat van Sjoerdsma ook die van andere diplomaten die door de jaren heen de ambassade in Kaboel bevolkten.

"Ik was de eerste met wie de Nederlanders in gesprek gingen toen ze in Uruzgan aan hun missie begonnen. Ze kwamen toen naar de stad Kandahar voor een verkenning", zegt de directeur. "Ik heb meer dan tien jaar met de Nederlanders gewerkt." Hij stuurt ook een document waaruit blijkt dat hij tussen 2006 en 2013 voor bijna 2 miljoen dollar (zo'n 1,7 miljoen euro) aan Nederlandse projectgelden heeft ontvangen.

Criteria voor evacuatie in oktober aangescherpt

Op grond van de motie van D66-Kamerlid Salima Belhaj, die op 18 augustus vorig jaar werd aangenomen, komen mensen die voor Nederlandse ontwikkelingsprojecten hebben gewerkt in aanmerking voor evacuatie. De regering zegt toe de motie "naar letter en geest" uit te voeren en noemt in een Kamerbrief naast onder anderen mensenrechtenverdedigers en journalisten ook medewerkers van ontwikkelingsprojecten, waarbij het moet gaan om "acute en schrijnende gevallen".

Maar in oktober worden de criteria aangescherpt: alleen Afghanen die na 1 januari 2018 een jaar lang "structureel substantiële werkzaamheden" hebben verricht voor projecten die met geld van het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn gefinancierd, komen in aanmerking voor evacuatie.

PvdA-Kamerlid Kati Piri vindt dat de criteria moeten worden verruimd. Volgens haar is met de aanscherping van de motie-Belhaj een binnenlands politiek probleem opgelost, maar worden mensen in Afghanistan "in de steek gelaten". Piri: "Het is duidelijk en pijnlijk dat dit ook mensen betreft die jarenlang de Nederlandse missie in het land hebben gediend en hierdoor gevaar lopen."

Juni 2006: Afghanen en Nederlanders in de tuin van de Nederlandse ambassade voorafgaand aan een voetbalwedstrijdje.

Juni 2006: Afghanen en Nederlanders in de tuin van de Nederlandse ambassade voorafgaand aan een voetbalwedstrijdje.
Juni 2006: Afghanen en Nederlanders in de tuin van de Nederlandse ambassade voorafgaand aan een voetbalwedstrijdje.
Foto: Privé-collectie Marten de Boer

'Afghanen worden in de steek gelaten'

Oud-diplomaat De Boer noemt het "bizar" dat mensen die hielpen met de wederopbouwmissie in Uruzgan nu aan hun lot worden overgelaten. "Veel mensen die ik bijsta, heb ik al in augustus aangemeld bij het ministerie", zegt hij. "Maar nu vallen ze buiten de boot door de aangescherpte regels."

De Boer werkte vanuit Kamp Holland en later op de ambassade in Kaboel nauw samen met de directeur en anderen. "Ze worden in de steek gelaten", zegt hij. "We werkten volgens het principe van de drie D's: diplomacy, defence en development. Voor lokaal ambassadepersoneel, defensietolken en bewakers worden regelingen getroffen, maar mensen die hun nek hebben uitgestoken voor al die wederopbouwprojecten staan in de kou."

Nederlandse missie in Uruzgan

  • Nederlandse troepen zaten tussen 2005 en 2010 in de Afghaanse provincie Uruzgan, waar ze vanuit Kamp Holland missies uitvoerden tegen stammen die loyaal waren aan de Taliban.
  • Ook waren er wederopbouwprojecten: er werden onder meer scholen gebouwd, er werd een weg aangelegd en er werden landbouwprojecten gestart.
  • Om al die projecten mogelijk te maken, werkten Nederlandse diplomaten nauw samen met Afghaanse partners.
  • Die Afghaanse partners worden niet geëvacueerd omdat ze niet meer voldoen aan de verscherpte criteria voor evacuatie.

Op 1 augustus vorig jaar stuurde de Nederlandse ondernemer Lou Cuypers een brief naar het ministerie van Buitenlandse Zaken met het verzoek om een voormalige manager van een saffraanproject in Uruzgan te evacueren. Met dit project moesten boeren in Uruzgan ertoe worden overgehaald niet langer opium te verbouwen. Oud-minister Bert Koenders werd hier herhaaldelijk om geprezen in de Tweede Kamer. In de media sprak men van een voorbeeldproject van de Nederlandse missie in Afghanistan.

"Deze man was heel belangrijk voor ons project (...) hij loopt groot gevaar. Hij heeft nooit de bescherming gehad zoals de tolken op Kamp Holland. Hij leefde in Tarin Kowt, en voor de Taliban is het altijd duidelijk geweest dat hij betrokken was bij antinarcoticaprojecten", schrijft Cuypers. Op die brief krijgt hij nooit antwoord.

Cuypers: "Na al die jaren dat ik heb samengewerkt met de Nederlandse overheid vind ik dat echt te schandalig voor woorden." Halim, de manager van het saffraanproject, ontving in oktober een verslaggever van EenVandaag op zijn onderduikadres in Kaboel. Ondanks herhaalde verzoeken heeft hij nooit enige reactie gekregen van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Augustus 2006: Afghaanse hulpverleners uit Uruzgan op bezoek bij de Nederlandse ambassade.

Augustus 2006: Afghaanse hulpverleners uit Uruzgan op bezoek bij de Nederlandse ambassade.
Augustus 2006: Afghaanse hulpverleners uit Uruzgan op bezoek bij de Nederlandse ambassade.
Foto: Marten de Boer

Geen reactie meer op noodsignalen uit Kaboel

Voormalig diplomaat De Boer laat foto's uit zijn Afghanistanalbum zien. Vrolijke foto's van Afghanen in gesprek met diplomaten en militairen op de ambassade in Kaboel en op Kamp Holland in Uruzgan. Hij heeft nog vrijwel dagelijks contact met verschillende mensen met wie hij toen samenwerkte - met de arts die verantwoordelijk was voor de gezondheidszorg in Uruzgan, twee journalisten die met Nederlands geld werkten bij een lokaal televisiestation en een ingenieur die nauw betrokken was bij het paradepaardje van de Nederlandse missie: een asfaltweg van 12 kilometer tussen provinciehoofdstad Tarin Kowt en het stadje Chora.

Het beeld is steeds hetzelfde: ze zitten ondergedoken en willen met hun familie geëvacueerd worden, maar krijgen geen reactie op hun noodsignalen. "We weten niet of we nog moeten wachten op een nader bericht of niet", luidt op 7 januari de hartenkreet van de voormalige directeur van de met Nederlands geld gerenoveerde en uitgebreide meisjesschool in Tarin Kowt aan De Boer.

Onvrede en frustratie op het ministerie van Buitenlandse Zaken

Op het ministerie van Buitenlandse Zaken hebben ambtenaren zonder resultaat gepleit voor ruimere criteria. "Ik had het gevoel alsof ik tegen een muur op liep en kreeg steeds nul op het rekest", laat een van hen weten op basis van anonimiteit. Een andere medewerker van Buitenlandse Zaken zegt: "Je kan er begrip voor hebben dat in in de chaotische situatie in augustus niet alles goed is gegaan. Maar we zijn nu vier maanden verder."

Volgens De Boer bestaat er onder meer diplomaten "onvrede en frustratie" over de strenge criteria waardoor mensen die Nederland jarenlang hebben bijgestaan buiten de boot vallen.

Op 20 januari spreekt de Tweede Kamer met experts over de toekomstige inzet en hulp aan Afghanistan, een week later volgt een commissieoverleg met de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Wopke Hoekstra.

Dit zijn de Taliban en dit is wat ze willen
115
Dit zijn de Taliban en dit is wat ze willen